is toegevoegd aan je favorieten.

Het leven en de werken van Gerrit Dou beschouwd in verband met het schildersleven van zijn tijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo heel veel kosten, dan liet hij een borstbeeld maken, kleiner of grooter naarmate van prijs en kwaliteit. Want er waren, evenals tegenwoordig, portretschilders in soorten, die gewoonlijk zeer verschillende prijzen ontvingen naarmate ze voor armeren of rijkeren werkten. M i e r e v e 11, die nog wel voor het hof werkte, kreeg slechts gemiddeld dertig gulden voor zijn portretten en werd zelfs soms niet eens betaald1), terwijl b. v. zekere Dirk van Haarlem, die bij de rijke verzamelaars goed stond aangeschreven en wiens portretten dus handelswaarde hadden, voor een portret van Maurits en een van Hendrik van Nassau ieder zestig gulden ontving *), een prijs, die in verhouding vrijwel met dien van onze dagen overeenkomt, daar de geldswaarde van dien tijd minstens driemaal zoo groot was als thans. Dat iemand alsCaspar Netschcr, wiens werken zoo gezocht waren vooral bij de rijke patriciërs, voor een damesportret in 1664 66 gulden, en voor een dito in 1667 slechts 50 gulden krijgt3), lijkt wel wat weinig. Maar wie weet, van welk een klein formaat die stukken waren.

Vorsten betaalden doorgaans het best. Zoo kreeg Rubens voor de Medicis-galerij, waaraan hij van 1622 tot '25 met zijne leerlingen werkte, 20.000 Fransche kronen, dat thans ongeveer ƒ 150.000 zou zijn4)- Gonzales Cocques ontving in 1646 voor twee portretten, „één van de Pnncesse van Oranje en één van de Princesse Royale", 450 gulden 5). Rem brandt kreeg voor twee stukken, voor Frederik

1) Hij teekent aan: f 18-42 voor 1 portret, f 100 voor 3 portretten. Van Carleton krijgt hij nog allijd f 42 voor een portret van mejuffrouw Harington, hofdame van de koningin van Boheme (Havard, Art. Hol. 4.,).

2) O. H. I 184. Hij is slechts uit de daar afgedrukte stukken bekend.

3) O. H. V 264.

4) O. H. XI 62. „ lom

5) Ordonnantieboek van Fred. Hendr. 27 Mei 1646. (0. H. I. )•