is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven en de werken van Gerrit Dou beschouwd in verband met het schildersleven van zijn tijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naiveu, zekere Gerrit Maes1) (allen 1669), en eindelijk Karei de Moor (+ 1670). En ook Adriaen van Gaesbeeck, Quirin van Brekelenkam, Johan Adriaensz. van Staveren, Pieter Leer mans en Abraham de Pape hebben, zoo niet van zijn lessen, dan toch van zijne aanwijzingen en raadgevingen geprofiteerd en moeten volgens hunne schilderjjen tot D o u 's leerlingen worden gerekend, al is dit niet langs archivalischen weg te bewijzen.

Het onderwijs dat D o u zijnen leerlingen gaf, was uit den aard der zaak verschillend naar den aanleg, dien ze bezaten. Kwamen ze jong bij hem, zonder nog ecnig voorbereidend onderwijs te hebben genoten, zooals hoogstwaarschijnlijk niet Yan Tol, Naiveu, Maton en G. Maes het geval is geweest, dan zette hij ze natuurlijk eerst aan het nateekenen van prenten, daarna aan het teekenen naar de natuur en de theoretische studie van perspectief en anatomie en leerde hen, wanneer ze dat kenden en tevens hun verf en paneelen wisten toe te bereiden, de methode van schilderen, zooals hij die zelf volgde. Kwamen ze onder zijne leiding met eenige technische kennis, zooals b. v. Frans van Mieris, ol na reeds goed te hebben leeren schilderen, zooals b. v. De Moor en Schalcken, dan begon hij dadelijk, hun zijn manier van schilderen bij te brengen. Evenals hijzelf moesten ook zijn leerlingen de omgeving, waarin zij werkten, naschilderen, anders niet. Want uit niets blijkt, dat 1) o u hen eenige andere onderwerpen heeft laten schilderen, dan hij zelf vervaardigde. En dat verwachtten de leerlingen ook niet anders: ze kwamen bij hem, om te leeren schilderen hetgeen hij schilderde en zooals hij schilderde. Een enkele,

1) Van dezen is niets verder bekend, dan dat hij in *1609 bij D o u in de leer kwam. Obr. V 259.