is toegevoegd aan je favorieten.

Het leven en de werken van Gerrit Dou beschouwd in verband met het schildersleven van zijn tijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dou's invloed waren geraakt en zelf opnieuw fijnschilders vormden. Van den Tempel (1622/3—1672) toch had, hoewel hij hoofdzakelijk portret schilderde en zich daarin geheel een navolger van Van der Helst betoonde, toch Arie de Voys en Frans van Mieris gedeeltelijk gevormd en droeg nu ook tot de Moor s ontwikkeling het zijne bij. Na den dood van Van den Tempel werkte de Moor nog een tijd lang bij Frans van Mieris en ging daarna nog de techniek van het kaarslichten schilderen leeren bij Godfried Schalcken. Men ziet, hij is nauwelijks een leerling van Dou te noemen, veeleer vereenigt hij in zich de eigenschappen van de verschillende soorten van meesters, die deze had gevormd. De Moor genoot een grooten roem, vooral als portret- en historieschilder. Door vorstelijke personen geëerd, door dichters bezongen, tot ridder geslagen, is hij als chevalier Adriaen van der W e r f f het type van een beroemd schilder uit den eersten tijd van verval onzer Nederlandsche schilderkunst.

Uit deze korte opsomming van Dou's leerlingen blijkt zijn groote invloed op de ontwikkeling der fijnschilderkunst na het midden der zeventiende eeuw. Niet alleen zijne leerlingen, maar ook eenige zijner stadgenooten volgden hem na, ja trachtten hun werk onder zijn naam op de markt te brengen, zooals Jacob van Spreeuwen, die philosophen, kluizenaars enz. in Dou's trant schilderde. Ook Jan Steen toont in sommige zijner werken, vooral in zijn kaarslichten, Dou's invloed. Maar eerder is dit misschien invloed van zijn vriend Frans van Mieris te noemen, want deze is eigenlijk met Dou samen degene, die de school der fijnschilders van het burgerlijk genre stichtte. Zoo is Arie de Voys (± 1630-1680) geheel onder hen beiden gevormd en gebruikte hij dezelfde modellen, die