is toegevoegd aan uw favorieten.

Het feest van het vijf en dertigjarig bestaan van de firma Corns. Immig en Zoon op Zaterdag 12 September 1908, in den salon Doele te Rotterdam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men vroolijk babbelend bijeen, totdat het scherm opging en de voorstellingen een aanvang namen van de „Soirée Amusante Variée".

Het eerst werd de aandacht gevraagd voor:

„LAURENS COSTER'S VISIOEN."

Tableau-vivant in drie afdeelingen.

EERSTE AFDEELING.

Moudoloos en verslagen zit de uitvinder der boekdrukkunst in zijn werkplaats Wat hom als ideaal voor oogen zweefde, bleek met zijne gebrekkige hulpmiddelen onmogelijk te verwezenlijken. Uit zijn somber gepeins wordt hij opgewekt door zachte, uit de verte opstijgende muziek, die de

TWEEDE AFDEELING.

inleidt. Het gordijn op den achtergrond heeft zich gedeeld en een groep beoofenaren der Grafische Branches wordt zichtbaar. Wij zien den schilder als ontwerper van onze moderne boekversieringen, illustraties, plakkaten; den boekdrukker, letterzetter, steendrukker met hun attributen. De man der wetenschap met zijn reageerbuizen en kolven, als herinnering aan de nieuwe procedé's van eigen vinding, die de firma uitoefent, en ook de boekbinder en lichtdrukker met hun gereedschappen zijn aanwezig.

Als symbool der, hen allen in zich vereenigende firma neemt eene rijzige vrouwenfiguur een eereplaats in. Den verbaasden grijsaard toont zij een opengeslagen boek, dat hem den stand van 't hedendaagsche kunnen met blijde verrassing bewonderen doet. Door het venster schittert de Werkstad in de opgaande zon.

DERDE AFDEELING.

Diep bewogen door wat hij zag heeft Coster een krans, hem door vereerders geschonken, die zijn eigen pers als dierbaar kleinood sierde, der maagd gereikt, en houdt zij zegevierend dien hoog boven de werkliedengroep in het stralende licht van den rijzenden dag

Van dit drievoudig tableau, waarvan de afbeeldingen in dit verslag zijn opgenomen, mag met het volste recht worden gezegd, dat het mooi was, dat het, zoo het al niet een overweldigenden indruk maakte, toch waarlijk pakte, en daarom ook met een daverend applaus werd begroet. Op dit tableau-vivant volgden eenige kleine voordrachten: „Joris Goedbloed", liefdesdrama, „Menschen, menschen zijn wij allen", en „Ridderballade", waarvan vooral het laatste insloeg, en daarna trad weder het Mannenkoor op, om ten gehoore te brengen: