is toegevoegd aan uw favorieten.

Een Rus te Delfzijl

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kon blijven. Dat het er van komen zou, dat Wasi mee zou gaan op de lange reis door Pruisen naar Holland, aan die mogelijkheid dachten ze aanvankelijk niet. Ze wilden 't kind helpen, zeker, maar ze meenden dat het best te kunnen, door het hier, of in elk geval nog in zijn vaderland, goed bezorgd achter te laten.

Ze wisten den boer en de boerin te beduiden, dat ze 't kind daar gaarne zouden laten blijven. De boerin voelde er wel wat voor: bij haar sprak het moederlijke hart; de boer wilde er echter niets van weten, tenzij ze... en hij maakte de beweging van geld tellen. — Nu, geld hadden ze natuurlijk niet, en Wasi zelf klampte zich aan Geert vast, alsof hij te kennen wilde geven: waar jij gaat, ga ik ook!

Alleen omdat 't kind uitgeput bleek en de koorts had, stond de boer hun toe, een paar dagen te blijven; misschien was hij even goed als zijn vrouw, en meer dan hij wilde laten blijken, geroerd door het verhaal van 't ventje, telkens door snikken afgebroken.

Toen er drie dagen verloopen waren en Wasi weer heelemaal opgeknapt bleek, deelde luitenant Monthu 's morgens aan Geert mee, dat hij van plan was verder te trekken. Hij achtte een langer verblijf niet verantwoord en vroeg dus Geert, wiens wonde nog steeds pijnlijk was, zich reisvaardig te maken. Nogmaals overlegden de beide krijgsmakkers in hun «tusschentaaltje», wat Wasi nu moest.