is toegevoegd aan uw favorieten.

Een Rus te Delfzijl

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een paar uren nadat vele menschen in de kerk God hadden gebeden om Zijn zegen voor het volgend jaar, marcheerden een tiental soldaten, gevolgd door den Kommandant en enkele andere officieren in een alles behalve militairen parade-pas, de Markstraat door, de Farmsumer poort uit naar de sluis voor het Damster diep.

't Was laag water en de soldaten hadden dus licht werk, toen ze tot hun verbazing de buitenste sluisdeuren moesten openen en vast zetten, zoodat deze zich bij opkomenden vloed niet konden sluiten. In korten tijd was 't werk af!

«Zie, zoo: laat nu 't water maar komen! Stroomen zal het naar binnen; morgen is 't zee, waar land was en ze zijn weg! Wat zou die Charette meenen! Ik zou niet durven? 'k Heb onder den Keizer zelf gevochten, laat hij mijn moed nög eens in verdenking brengen ...»

Intusschen wachtte Charette, die natuurlijk niet mee had gekund, de terugkomst van de feestgenooten af. Maar van het «feest» kwam verder niet veel meer, daar de meesten nog menschelijk genoeg voelden om het gebeurde ten sterkste af te keuren, al hadden ze 't niet kunnen verhinderen.

«Morgen is 't zee, waar land was!» Helaas, het stond te vreezen, dat de Kommandant gelijk zou krijgen: want binnen enkele uren zou de vloed opkomen en de aanhoudende noordwesten wind deed in de laatste dagen het water ongewoon hoog stijgen ...