is toegevoegd aan uw favorieten.

Een Rus te Delfzijl

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben we ze hier weldra voor de haven en de Fransozen zitten tusschen twee vuren in de asch.»

En zijn vuurslag met toebehooren voor den dag halende, sloeg hij het staal tegen den vuursteen, zoodat de vonken op het tondel vielen in de gladde geel-koperen doos, hield daarna het smeulende tondel tegen zijn gestopte pijp en blies weldra even welbehaaglijk dikke rookwolken voor zich uit, alsof hij de geurigste Portorico rookte.

«'t Zou te wenschen zijn, dat 't zoo was,» zei Geert, «zóó kan 't niet lang meer duren: het gebrek wordt zoo groot, dat velen zich door geen vrees voor straf meer van diefstal terug laten houden.»

Daar wist de ander ook van mee te praten: van morgen was er nog een arbeider onder den toren opgesloten, omdat hij den hond van voerman Bakema naar binnen gelokt en gedood had met de bedoeling het vleesch op te eten. En Jan vertelde, dat vrouw Egberts in de Muskengang gisteren gestorven was, zooals zijn vader gezegd had, van gebrek.

«Als 't nog langer duurt,» beweerde een ander, die er bij kwam loopen, «dan krijgen we hier een herhaling van Leiden in 1574.»

«Wat was dat dan met Leiden in 1574?» vroeg Wasi aan Jan.

En deze zou juist beginnen te vertellen van den hongersnood en de ellende der Leidenaars, toen een paar gendarmes hen verschrikt uit elkaar deden stuiven: een oogenblik hadden ze vergeten, dat elke