is toegevoegd aan uw favorieten.

Een Rus te Delfzijl

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Weering, die haar man en voor de tweede maal haar zoon zag wegbrengen, als op de stomme smart van vrouw Van Dijk, wier dochter, geheel buiten kennis reeds, welhaast uit haar lijden zou zijn.

In Delfzijl aangekomen werden de gevangenen voor den Kommandant geleid (Maufroi was zelf weer als zoodanig opgetreden) en ondervraagd naar de herkomst der proclamaties. De oude Weering moest al spoedig bekennen, dat hij ze door bemiddeling van dokter Engelbert uit den Dam ontvangen had. Om dokter Pontier niet in last te brengen, weigerde hij aanvankelijk te zeggen, hoe er een voorraad in Delfzijl gekomen was. Charette, bij het verhoor tegenwoordig, herinnerde zich echter bij een vroegere gelegenheid den dokter bij Weering te hebben zien binnen gaan en opperde het vermoeden, dat deze er zeker wel meer van zou weten. Nu kon de eenvoudige en slecht bespraakte Weering zich er niet meer uitredden. «Neen,» zei hij, «de dokter heeft er geen hand aan gehad; want ik heb ze zelf in 't medicijnmandje gedaan en de hond

heeft ze gedragen.»

Deze mededeeling was natuurlijk voldoende om onmiddellijk een order te zenden naar de Farmsumer poort om den dokter niet meer door te laten; en dit bevel werd enkele uren later gevolgd door een ander om den dokter in hechtenis te nemen.

Denzelfden avond kwam Jan Pontier om negen uur nog huilend bij Geert en Wasi, uitroepend. «Ze