is toegevoegd aan uw favorieten.

De hut van oom Tom

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Xietzoo, Oom Tom, niet zoo," zeide hij driftig, toen deze ijverig den staart van de <j naar de verkeerde zijde omhaalde; „gij maakt eene q. ziet gij wel?"

„Ja, waarlijk, zeide Oom Tom met een eerbiedig, verwonderd gelaat, terwijl zijn jonge meester een aantal g's en q's tot zijne stichting maakte, en na den griffel weder tusschen zijne dikke vingers genomen te hebben, hervatte hij geduldig zijne taak.

„Hoe gemakkelijk kunnen die blanke menschen al die dingen maken!" zeide i ante Chloé, terwijl ze met haar werk ophield en den jongen mr. George met een oog vol trotschheid aanstaarde. „Kijk, hij kan schrijven en

lezen ook, en komt des avonds hier en leest ons zijne lessen voor; dat

is waarlijk knap van hem."

„Maar, Tante Chloé, ik begin honger te krijgen," zeide George; „isdie koek nog niet gereed?"

„Bijna, masser George," zeide Tante Chloé, het deksel optillende en in de pan glurende; „hij wordt al recht bruin, heerlijk bruin, zeker. Ja, ja, laat dat maar aan mij over. Missis liet Sally voor een paar dagen een koek bakken, om haar te laten leeren, zeide inissis. „Och loop heen, missis," zeg ik, „iiet doet mijn hart zoo zeer, om dat goede meel zoo te zien bederven." De koek rees alleen aan de eene zijde; hij had geheel geen fatsoen, waarlijk niet meer dan mijne schoen, hm!"

En met deze ontboezeming van minachting voor Sally's onhandigheid, nam Tante Chloé het deksel van de pan en liet een sierlijk gebakken koek zien, waarvoor zich zelfs geen banketbakker uit de stad behoefde te schamen. Daar deze het middelpunt van het onthaal was, begon Tante Chloé thans met den meesten ernst de gewichtige zaak van den avonddisch verder gereed te maken.

„Pak u weg, Mozes en Peter, gij deugnieten! Stil Polly, mijn popje; moeder zal u dadelijk iets geven. Komaan, masser George, berg nu uwe boeken weg en ga bij mijnen man zitten; ik zal de schotels brengen enu aanstonds iets op uw bord doen."

„Zij wachten mij thuis bij het avondeten," zeide George; „doch ik wist maar al te wel wat dat wezen zou, Tante Chloé."

„Zoo, zoo, wist gij dat ?' vroeg Tante Chloé, hem den dampenden koek op zijn bord leggende; gij wist dat uwe Tante Chloé het beste voor u sparen zou."

En met deze woorden gaf Tante Chloé hem een tikje met den vinger op de wangen, wat ongemeene vroolijkheid beteekenen moest, en keerde daarna driftig naar hare bakkerij terug.

„Maar nu de koek!" zeide masser George, en zwaaide met deze woorden er met een groot mes over heen.