is toegevoegd aan uw favorieten.

De hut van oom Tom

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dragen, wanneer men er dienst van hebben wil; en nu, Eva, hebt gij uw vingerhoed weggeborgen ?"

„Waarlijk, tante, ik weet het niet."

„Nu, het kan niet schelen; ik zal uw doos nazien; vingerhoed, was, schaar, mes, borduurnaald, alles goed; — berg het hier in! Wat deedt gij toch wel mijn kind, toen gij nog alleen bij uw vader waart? Mij dunkt, gij moest alles verliezen wat gij hadt."

„Ja, tante, ik verloor veel; maar papa kocht mij altijd veel meer terug."

„Lieve hemel, kind, welk een handelwijze!"

„Een zeer gemakkelijke, tante," zeide Eva.

„En een vreeselijk achtelooze tevens," antwoordde de tante.

„Wel tante, wat wilt gij nu doen? zeide Eva. „Die koffer is veel te vol om gesloten te kunnen worden."

„Hij moet gesloten worden," zeide missis Ophelia met den toon van een bevelhebber, terwijl zij het deksel naar beneden drukte en er boven op sprong; er bleef evenwel nog een opening over.

„Ga daar zitten, Eva." zeide miss Ophelia moedig; „wat eens kon, kan nogmaals. Deze koffer moet gesloten worden, daar is geen helpen aan."

En inderdaad, de koffer gaf na deze stellige verzekering toe. Het hengsel sprong met een scherp geluid in de daarvoor passende opening, miss Ophelia draaide den sleutel om en stak dien vervolgens zegevierend in den zak.

„Nu zijn wij gereed — waar is uw papa? Mij dunkt, het wordt tijd om onze goederen aan wal te brengen. Kijk eens uit, Eva, of gij uw papa ook ergens ziet."

„Ja, hij bevindt zich aan het andere einde van de heeren-kajuit en is bezig een oranjeappel te eten."

„Hij weet zeker niet, hoe dicht wij aan land zijn," zeide de tante; „ga heen en zeg het hem."

„Papa heeft nimmer haast met zulke dingen," antwoordde Eva, „en wij zijn ook nog niet aan wal. Stap eens op de verschansingen, tante;zie, daar in gindsche straat is ons huis!"

De boot begon nu met een dof geluid, gelijk een afgetobd monster, een plaats te midden der overige menigvuldige stoomvaartuigen aan de kaai te zoeken. Eva wees, van vreugde juichende, op de verschillende torenspitsen, kerkdaken en marktpleinen, waaraan zij haar geboortestad herkende.

„Ja, ja, mijn beste, dat is alles zeer schoon," zeide miss Ophelia. „Maar de boot heeft stil gehouden! Waar is uw papa nu?"

En nu volgde gewone drukte der ontscheping; op meer dan twintig plaatsen te gelijk vertoonden zich de sjouwerlieden; mannen droegen reis-