is toegevoegd aan uw favorieten.

De hut van oom Tom

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een kleinen, zwarten dreumes strompelende, die op handen en voeten over den grond kroop. „Als ik op een van hen trap, moeten zij het mij zeggen."

Er werd hartelijk om masser gelachen, en luide dankte men hem, toen hij onder allen kleine geschenken uitdeelde.

„Komaan, gaat nu als goede kinderen heen," zeide hij, en de geheele vergadering van blanken zoowel als van zwarten verdween door een deur in een ruime veranda, en werd gevolgd door Eva, die een doos onder den arm droeg, welke zij gevuld had met appels, noten, kandij, linten, strikken en sieraden van allerlei aard, die zij gedurende haar terugreis bij elke gelegenheid had verzameld, om tot een welkom voor de slaven te dienen.

Toen St. Clare zich omdraaide, ten einde in de kamer terug te keeren, vielen zijn oogen op Tom, die daar in een onrustige houding van het hoofd tot aan de voeten stond te beven, terwijl Adolph achteloos tegen de pilaren leunde en Tom door een lorgnet nauwkeurig opnam met een voorkomen van gewicht, dat den grootsten dandy goed zou hebben gestaan.

„Foei, verwaande gek, die gij zijt," duwde hem zijn meester toe, terwijl hij hem het lorgnet uit de handen greep. „Moet gij op zulk een wijze uw makker behandelen? Het schijnt mij toe, Dolph," vervolgde hij, het sierlijk satijnen vest betastend, 't welk de jonge mulat droeg, „dat gij mijn vest aanhebt."

„O masser, dit vest was geheel met wijn bevlekt, en een heer van massers rang draagt nimmer vesten zooals dit. Ik meende dat ik het wel nemen mocht; — het is goed voor een armen negerknaap, zooals ik."

En Adolph schudde met het hoofd, en woelde met zijn vingers bevallig door zijn welriekende haren.

„Ha, is het zoo gelegen," zeide St. Clare op zorgeloozen, luchtigen toon. „Nu, ik ga Tom aan zijn nieuwe meesteres voorstellen, en dan brengt gij hetn naar de keuken; maar neem u in acht, en bega aan hem geen van uw gewone streken. Hij is veel meer waard dan twee zulke modepoppen als gij zijt."

„Masser moet ook altijd den gek met mij steken," zeide Adolph, lachende. „Ik ben blijde, dat masser in zulk een goed humeur is."

„Komaan, Tom!" zeide St. Clare, dezen wenkende om hem te volgen.

Tom trad de kamer binnen. Opmerkzaam beschouwde hij de geborduurde vloerkleeden en de vroeger ongekende pracht van spiegels, schilderijen en gordijnen, en scheen wezenlijk bevreesd te zijn omzijn voeten neer te zetten.

„Zie hier, Marie," zeide St. Clare tot zijn echtgenoot, „ik heb een koetsier voor je gekocht, zooals die behoort te wezen. Ik verzeker je, dat hij door zijn zwartheid en matigheid zich aanbeveelt, en ais dit noodig is, als