is toegevoegd aan uw favorieten.

De hut van oom Tom

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de voornamen en de geringen, de geheele wereld door, en je zult zien, dat het overal hetzelfde tooneel is."

„In Vermont gaat het zoo niet."

„Nu ja, ik moet toestemmen, dat de bewoners van Nieuw-Engeland, in de vrije staten, veel beter menschen zijn dan wij. Maar daar gaat de schel, waarde nicht; kuit ons dus voor een oogenblik onze partijdige vooroordeelen ter zijde zetten en ons vreedzaam aan tafel begeven."

Toen miss Ophelia zicli later op den namiddag in de keuken bevond, hoorde zij eenige der zwarte kinderen uitroepen: „Zie, daar komt Prue aan! Zij slingert weer langs den weg, net als zij gewoonlijk doet."

Een lange, magere, gekleurde vrouw trad de keuken binnen, die op haar hoofd een mand met scheepsbeschuit en warme rolkoekjes droeg.

„Ha, Prue, ben je daar?" riep Dinah haar te gemoet.

Prue had eene wrevelige uitdrukking in haar gelaat, en daarbij een onbehagelijke, knorrige stem. Zij plaatste haar mand op den grond, zette zich neder en zeide, terwijl zij met de ellebogen op de knieën leunde:

„Ik wenschte maar dat ik dood was."

„En waarom wensch je dat wel?" vroeg miss Ophelia.

„Dan was ik van al mijne ellende bevrijd," zeide de vrouw verdrietig, zonder haar oogen van den vloer op te heffen.

„Waarom moet je ook altijd dronken zijn en je aan straf blootstellen, Prue ?" zeide een opgesmukte kamermeid, terwijl zij met een paar koralen oorbellen rammelde.

De vrouw zag haar met een grimmig gezicht aan.

„Het kan je zelve misschien ook nog wel eens zoo ver komen," zeide zij, „en ik zou daar recht blij om wezen, en dan zal je je, evenals ik, verheugen, dat je je ellende kunt vergeten."

„Kom. Prue," zeide Dinah, „laat ons eens in je mand zien. Missishier

zal je wel betalen."

Miss Ophelia nam een paar dozijn beschuiten uit den mand.

„Daar liggen eenige kaartjes in dien ouden gebroken pot op de bovenste plank," zeide Dinah. „Komaan, Jane, klim er eens bij en geeft ze mij."

„Kaartjes? Waartoe dienen die?" vroeg miss Ophelia.

„Wij koopen kaartjes van haar masser en zij geeft ons brood daarvoor in de plaats."

.,En zij tellen mijn geld en mijn kaartjes, als ik weer thuis kom, om te zien of alles goed is, en is dat zoo niet, dan zou men mij wel half dood slaan."

„En dat verdien je ook," zeide Jane, de verwaande kamermeid; „alsje hun het geld ontneemt om er je dronken voor te drinken. Ja, dat doet zij, missis," vervolgde zij, zich tot miss Ophelia wendende.