is toegevoegd aan uw favorieten.

De hut van oom Tom

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Arme Topsy!" zeide Eva, „weet gij dan niét, dat de Heer Jezus allen evenzeer liefheeft? Hij bemint Topsy zoowel als mij. Hij bemint Topsy, gelijk ik Topsy bemin, maar - sterker, vuriger, omdat Hij zooveel beter is dan ik. Hij zal Topsy helpen om goed te worden, en Topsy zal eindelijk in den hemel worden opgenomen, om daar voor eeuwig een engel te wezen, om het even of haar huid hier op aarde zwart of blank was. \ ergeet het niet, Topsy, je kunt ook een van die heilige geesten zijn, van welke Oom

Tom zingt." .

„O. lieve miss Eva! lieve miss Eva!" riep het zwarte kind uit. „ikzai

het beproeven! ik zal het beproeven! Ik heb mij er vroeger nooit zoo om bekommerd."

St. Clare liet op dit oogenblik de gordijn vallen. „Zij doet mij aan mijn moeder denken," zeide hij tot miss Ophelia. „Wel is het waar, wat zij eenmaal tot mij sprak. „Indien wij den blinden het gezicht terug willen geven, dan moeten wij genegen zijn om te handelen, gelijk Christus deed - hen allen tot ons roepen, en hun onze handen opleggen.

„Ik heb altijd vooroordeel tegen negers gehad," zeide miss Ophelia, „en het is waarheid, dat ik niet zou hebben kunnen verdragen, dat dat kind mij aanraakte; maar ik wist niet, dat zulks door haar werd opgemerkt.

„Vertrouw gerust dat ieder kind zulks doen zou," antwoordde St. Clare; „er is geen mogelijkheid 0111 zoo iets voor hen verborgen te houden. Maai ik geloof dat alle pogingen der wereld om kinderen wel te doen, en al de bijzondere gunsten, die gij hun kunt bewijzen, nooit eenige aandoening \ an dankbaarheid bij hen zal doen ontstaan, zoo lang dat gevoel van afkeer in het hart blijft leven; het is een onaangenaam feit, maar toch is het op waarheid gegrond."

„Ik weet niet, hoe ik het zal kunnen verhelpen," zeide miss Ophelia, „maai ik moet bekennen, dat die negers mij tegen de borst staan en onaangenaam zijn, en dit kind doet het bovenal. Wat kan ik doen tegen mijn gevoel?"

„Maar met Eva is het toch anders?"

„Ja; maar zij is ook zoo liefdevol in alles! E11 toch, het is niet meei dan Christelijk," hernam miss Ophelia; „hoe gaarne ware ik zoo als zij! Zij

kan mij nog les geven!"

„Het zou de eerste maal niet zijn, dat een kind een meer bejaarde onderwees," antwoordde St. Clare veelbeteekenend.