is toegevoegd aan uw favorieten.

De hut van oom Tom

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krijgen zult. Zie hoe het je nu bekomen zal, dat je inassers negers helpt

ontvluchten! Je zult er voor boeten.

Niet een dezer woeste uitdrukkingen bereikte het oor van lom; een hoogere, vriendelijker stem fluisterde hem toe: „Vrees niet dengenen, die wel het lichaam kunnen dooden." Al de zenuwen en beenen van het lichaam des armen mans trilden, alsof de vinger Gods ze liad aangeraakt, en hij gevoelde de kracht van eenduizendtal zielen als in de zijne vereenigd. Ierwijl hij voortging, scheen alles, de boomen en de heesters, het huis zijnei dienstbaarheid, en geheel het tooneel van zijn diepe vernedering hem voorbij te trekken, gelijk de landschappen voor het oog van hen, die op een sne voortjagend rijtuig gezeten zijn. Zijn ziel juichte van heilige vreugde, hl] had het vaderland in het gezicht; het uur der verlossing scheen nabij te

/iJ 'wel, Tom," zeide Legree, opstaande en hem driftig in den nek vattende. terwijl hij de woorden sissend door de tanden uitsprak, en de -ee door 'woede scheen toegeknepen te zijn; „weet je, dat ik mij heb voorgenomen, om je te dooden?"

„Het is wel mogelijk, masser," antwoordde Tom kalm.

„En ik zal dat doen ook, Tom," hernam Legree met een vreeselijke kalmte, „tenzij je mij zegt, wat je van deze vrouwen weet,"

Tom zweeg.

„Hoor je niet?" zeide Legree stampvoetende en brullende als een leeuw.

„Spreek!" , ,

„Ik heb u niets te zeggen masser," antwoordde Tom op een zachten, maai

tevens vasten en beslissenden toon.

„Durf je mij nog zeggen, dat je niets weet," hernam Legiee.

Maar Tom bewaarde het stilzwijgen.

„Spreek!" donderde Legree, hem een geduchten slag toebrengende. „Weet je iets?"

„Ik weet iets, masser, maar ik kan niets zeggen. - Doch ik kan StCWCYl•"

Legree haalde diep adem; hij onderdrukte zijn toorn, vatte Tom bij den arm en zeide op een verschrikkelijken toon, terwijl hun aangezichten elkander bijna aanraakten: „Luister, Tom. je denkt misschien, dat ik niet meen wat ik zeg, omdat ik je totnogtoe heb laten begaan; maar nu heb ik een vast besluit genomen en de rekening opgemaakt. Je hebt het altijd tegen mij volgehouden, maar thans geloof mij, wil ik je overwinnen of

dooden." , ,,

Tom zag zijn meester met een vasten blik aan en antwoordde: „Masser, was u ziek, in verdrukking of stervende, en ik konde u redden, zoo