is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stil bij de kleine schaar; de hoeven gaven bijna geen geluid op den stoffigen weg, slechts nu en dan brieschte een der rossen als het stof hem te dik in de neusgaten stoof.

Hyddo kende den weg, trouwens op dien vlakken weg zou verdwalen heel moeilijk zijn geweest. Kort voor Oldesloe boog zich een zijweg noordelijk, aan den kruissprong stonden een paar oude kastanjes, in welker schaduw gerust zou worden en een maagversterking genomen. Toen de troep de plek bereikte stond een lang opgeschoten jonge man van den grond onder een der boomen op. De voetganger maakte met zijn armoedigen ransel van roodbruin zeildoek geen gunstigen indruk; het woeste, zwarte haar, dat bij zijn groet zichtbaar werd onder de smerige vilten muts, de onrustig heen en weer gaande, nieuwsgierig rondschietende oogen, het havelooze leeren buis, waarover een oude vedel hing, deden in hem een zwerver vermoeden, die in lang geen goed kwartier had gehad. Wapens had de man in 't geheel niet, ook niet het gordelmes, dat anders zoo wat iedereen droeg; met de muts in de hand, liep hij langs den aanvoerder. Die gestrenge heer gaf geen enkel antwoord op zijn groet, maar zei halfluid tot Wizlaw: „Bah wat 'n vent, Rolof. Zoo'n kerel zou 'n mensch waarachtig zijn eetlust bederven. Als die schooier een weerlooze vrouw op een heirweg tegenkomt, zal hij haar wel niet zoo tam groeten, misschien heeft hij dan al een dolk klaar in zijn buis. Maar wat gaat dat ons eigenlijk aan?"

Met een somber gezicht had de speelman de eerste woorden vernomen en was toen ijlings langs den troep doorgeloopen. Toen er een flink eind weg tusschen hem en de ruiters lag, bleef hij staan en keerde zich om. Hij schudde de gebalde vuist achter hen en zei: „wacht maar, dikkoppen die jullie bent! Jullie zult gauw genoeg met andere lui te doen krijgen die jullie niet zoo gauw baas kunt. Hadden jullie mijn groet beantwoord misschien had ik je dan wel gewaarschuwd. Zoo — rijd nu maar door! Wat kan 't den paria Harms ook schelen of jullie op je helm gebeukt zullen worden of niet." Daarop keerde hij den ruiters weer den rug toe en ging moede en langzaam op Lübeck af.

Tusschen de beide groote kastanjes stond dichtbij den berm van den weg op een vierkant stuk rooden zandsteen een Mariabeeld. Hyddo hield zijn paard in en sloeg een kruis. Zijn manschappen volgden zijn voorbeeld, toen werd op een wenk van hem afgezadeld. De paarden werden onder het bladerendak geleid, en wat hooi hun