is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tJa, 'k heb 't ook gehoord, ze zoeken u. Björn zal er zijn. „Dan naar het boerengeding!"

Een kleine uitlooper van de breede "VVestfjord naar de kust toe en daarin doordringend heet de Folgenfjord; aan haar lag de landingsplaats, van waar men naar Olaf Tigge's huis ging. Wie het heele lange dal, dat als bestrooid was met boerenhuizen, landwaarts in naar het Kjölengebergte volgde, kwam op 'n tamelijke hoogte op een uitgestrekte hoogvlakte, 's Winters meestal een paar voeten hoog met sneeuw bedekt, lag ze nu als zomerweide als een groen tapijt uitgespreid, in het oosten grenzende aan den voet der grijs opstijgende bergen. Vlak aan deze grens verhief zich op een plaats een groote hoop van schijnbaar zonder eenige regelmaat opeengestapelde rotsblokken, waartusschen hier en daar kleinere steenblokken. De menschen van de kust der Folgenfjord noemden dien heuvel een Hunengraf, anderen noemden 'm het grafmonument van den groote jarl Sigurd. Voor deze steenhoop was, in een halven cirkel de open boog naar de zee gekeerd, een met zoden bedekte, aarden bank opgericht, en in het middelpunt van dezen groenen halven cirkel lagen twee kolossale omgevallen steenen.

Dat was de plaats, waar, daar de zon haar hoogtepunt van dien dag had bereikt, het boerengeding zou oordeelen over de daad van Knut Blödder.

Op de zodenbank, welke omgeven was door een dun haagje van dwergberken en hazelaars, met het gebergte als majestueuse achtergrond, zaten zes oude boeren of, zooals ze zich noemden, bonden van het kerspel van de Folgenfjord, in hun midden als zevende de oude Olaf Tigge, de bijna blinde grijsaard. In den kring stonden de geboeide gevangene en Björn met twee knechts, 'n paar stappen daar achter vlak bij de steenen, Lambert Hadewart en Wizlaw Rolof.

De oude begon: „Gij allen,Noormannen en bonden van de Folgenfjord, antwoordt kort en krachtig mij, als uw gekozen voorzitter van den ding! Ons uur is daar! De zon werpt haar kortste schaduwen.

Zijt gij bereid?"

Een zesvoudig kort Ja!" antwoordde en hij ging door: , Willen wij in deze zaak, die ons heeft gevoerd naar het graf van jarl Sigurd, ons wenden tot des konings voogd en hem om rechtspraak vragen, of zelf rechtspreken naar der vaderen aard en wet?

„Naar ouden aard en wet!" klonk het in den kring.