is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Geheim? Wel neen! U moet weten, dat ik niet altijd zoo geweest ben als ik nu ben. 'k Was een echte veelvraat in 't mijmeren, wou van elk waarom het daarom weten, maakte mezelf daarbij uit voor een erg zondig creatuur en spaarde den geesel niet aan mijn rug. Toen kreeg opeens het verlangen me te pakken om over de Alpen naar Rome op pelgrimstocht te gaan en aan 't graf der apostelen te bidden, 'k Ben de eerste niet geweest en zal de laatste niet geweest zijn, die anders terugkwam dan hij heenging. Wat ik zocht heb ik aan den Tiber niet gevonden. De Heilige Vader zelf was niet thuis, naar gezegd werd leefde hij te Avignon in ballingschap. Slechts één besten trouwen vent, een broeder in onze Augustijnerorde heb ik daar opgedaan, wien een gelijk verlangen als mij, naar Rome had gedreven. Hij heette Jocopo Bussolari. Arme Jocopo!"

„Betreurt u in hem een ouden vriend?"

„Voor hem trek ik nog eens over de Alpen. Hij is een van de trouwste aanhangers van Rienzi geweest en na diens dood heeft hij nog een poosje diens werk voortgezet tot de Visconti's hem te pakken kregen in Pavia. Nu zit hij al jaar en dag in den kerker."

„U blijft steken? En?"

„In Italië wil ik zijn einde zien of hem, daar hij naar me heeft laten vragen, nog eens in zijn kerker bezoeken. De heeren Bernabo en Galeazzo Visconti maken geen gekheid, de Heilige Vader is 't met hen eens, de brandstapel zal wel wachten op Jocopo."

„De brandstapel?" vroeg Lambert ontzet.

„Ze hebben net beslist, dat Jocopo zich niet alleen zwaar heeft bezondigd tegen de wereldlijke overheid en orde, maar ook tegen de kerk. Die reis zal me niet makkelijk vallen, en toch ben ik blij dat het klooster me toestemming gaf, want de goede Jocopo heeft nog altijd een plaats in mijn hart."

„Wanneer breek je op, broeder Anselmus?"

„In een dag of drie, denk ik. Naar de waard me vertelde, wil je ook over den Rennsteig en zocht je een gids. Ga met mij mee dan kan je dien wel missen, want ik ken het gebergte door het kruiden zoeken. Wees er niet bezorgd over dat ik zonder rijdier mijn tocht begin; ik zal je gang niet vertragen, want je zult maar al te dikwijls moeten afstijgen door den weg, of uit medelijden met je paard en dan ben ik met mijn staf in het voordeel. Komen we dan aan de andere zijde van den Rennsteig in de Frankische vlakte — —"

„Dan zal er wel een paard voor je koop zijn om te Neurenberg te komen."