is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den Heiland en van de Moeder Gods, later nog die van den apostel Petrus met den sleutel, Paulus met het zwaard en den jeugdigen Johannes; over de Heiligen welke zich in groote getale aan de kerkdeur bevonden, scheen zijn onderwijs op de leering gezwegen te hebben. Buitengewoon mooi kwamen hem de steenen beelden voor; en Hans keek heel nieuwsgierig naar meneer Schonhover z'n handen, die al dat moois konden maken.

„Zoo iets heeft onze heer van de Eckartsburg nog nooit gezien; ik zou vandaag niet graag met hem ruilen." Dit fluisterde hij zijn nieuwen heer in 't oor, bijna als een geheim.

— Op de weide der Duitsche heeren ging 't vroolijk toe.

Wel vierde men vandaag geen bizonderen feestdag, maar de Wurttembergers zijn over 't algemeen vroolijke menschen en nooit verlegen geweest met een feestdag meer. Vooral de handelaars in peperkoeken met hun lekkere waar, en de blikslagers die behalve in sierlijke kroesjes en potjes in allerlei kleinigheden mochten handel drijven zorgden ervoor, dat het proefschieten een klein volksfeest werd. Het volk was aan de tenten, waar allerlei middelen tegen de dorst werden verkocht, van den fijnen kruidenwijn af tot het dunne bier aan toe. Tot de schietproef waren behalve den Raad ook de burggraaf met zijn gevolg genoodigd, de gildemeesters en eenige leden der burgery; de stadsknechten en hun hoofdman mochten niet ontbreken.

Zes donderbussen van verschillende lengte en kracht waren ter plaatse en richtten haar ijzeren monden op de even zoovele eikenhouten schijven, welke op een paar honderd pas afstand stonden. De grootste en dikste stukken lagen op zware, stevige houten stellages — affuiten, — de kortere, kleinere, eerst in de holte van een houten omhulsel gelegd, rustten op twee vorken, die in de aarde waren gestoken; een van die vorken kon men missen als men het van onder met een handvatsel voorziene eind der donderbus in den arm nam. Korrel en vizier waren net als bij den voetboog, dat zag Lambert dadelijk met een blik. De projectielen welke naast de donderbussen lagen, bestonden uit rond gehouwen steenen, yzeren kogels en bouten. Onder aan het gesloten eind der donderbussen, was naast het boorgat de zoogenaamde zundpan aangesmeed, waarop een lepeltje vol kruit voor het losbranden. Niet ver daarvan stond een met gloeiende kolen gevuld bekken, waar een jongen met alle macht de blaasbalg trok. Om af te vuren, als de richting bepaald was, nam men met een ijzeren tang een gloeiende kool van het