is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan een kleine tafel praatten ridder Delmenhorst en Lambert Hadewart.

„Blijf een paar dagen onze gast, heer Hanzeaat!" begon de eerste, „aan spijs en drank hebben we geen gebrek, 't is ons een plezier hier gasten te herbergen en u komt vroeg genoeg bij broeder von Bomen. U zit hier veilig achter onze muren en ik neem de verantwoordelijkheid voor alles op me."

„Ik dank u voor uw uitnoodiging en wil graag gelooven dat de wolven niets kunnen uitrichten tegen uw kleine vesting. Komen ze dikwijls in zjulke groote troepen als vandaag, voor uw poort?"

„In nog heel wat grooter troepen als de winter erg streng is. Dan hebben we formeele belegeringen beleefd, ze omsingelden den ringmuur net als echte vijanden. Bij sneeuwjacht gaan we, na het blokhuis goed gesloten te hebben, in den toren en hun gehuil van woede, als ze bij de hooge sneeuw na den muur eindelijk over te zijn gekomen, niets vinden, is dikwijls potsierlijk om aan te hooren. Ze sterven dan meestal door een pijl of een bout."

„Houdt u onzen verderen tocht naar de Pregel voor gevaarlijk?''

„Ik moet u een „neen" antwoorden, hoe graag ik u ook hier hield. Nog maar een klein stuk weg tusschen hier en het vlek Telsche is bedreigd. Tot daarheen zal ik u vergezellen met broeders en knechten."

„Ik zou niet graag zien, heer ridder, dat u om mijnentwil in gevaar kwam."

„Ei, ei! Wilt u mij, den Duitschen ridder die door een eed tot zulke hulp verplicht is, spreken van gevaar? U, die zelf zoo'n gevaarlijken sledetocht achter den rug hebt. Intusschen wees maar onbezorgd! Tegen twee dozijn zwaargewapenden begint geen troep wolven, de beesten zijn slim genoeg en moeten niets hebben van onze wapens."

„Dan breken we morgen vroeg op onder uw bescherming, aangenomen ten minste dat de arm van Wizlaw het toelaat. Ik zal het hem even gaan vragen."

„Ik weet dat u weggaat, want ik heb zelf de wond gezien en houd haar voor niet veel beteekenend. Wil niet vergeten — morgen zal ik u er aan herinneren — mijn lieven broeder, spoedig mijn gestrengen commandeur Balduin mijn hartelijke groeten over te brengen."

In het circa een eeuw geleden gebouwde slot te Königsberg werd in het begin van het voorjaar van 1365 een buitengewoon generaal