is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en vlugheid van het schip op de proef, oefende den pas geworven kleinen krijgstroep tot den strijd en probeerde de uitwerking van de zware aanvalswapenen tegen een denkbeeldigen vijand. De Wolf liep over de Oostzee naar de zuidpunt van Gothland, vandaar naar Königsberg en Danzig en wendde toen weder de kiel naar het Westen.

Bij een gunstigen Oostenwind kruisten ze tusschen Bornholm en Rügen, toen ze twee schepen in het zicht kregen, die blijkbaar uit de Sond hun koers namen naar het laatstgenoemde eiland. Nog konden hun vlaggen niet herkend worden; Lambert, verlangend, om zijn nieuwe loopbaan met een flinken slag te beginnen, zei Harms de Wolf iets scherper te laten loopen en hield goede uitkijk. Midden in hun vaart maakten de beide vaartuigen een korte rust, een boot voer tusschen de twee schepen heen en weer, toen wendde het eene en zeilde naar de Sond terug. Klaarblijkelijk hadden de twee schepen zich tot dusver om de Wolf niet bekommerd.

„Wat denk je van die schuiten?" vroeg Lambert aan Harms, die naar hem toe kwam. .Zouden het Denen zijn, die ons eindelijk in den mond loopen? Ze loopen de Sond uit en de een zet koers naar

het Deensche Rügen."

„Laten we ze eens van wat dichterbij bekijken, 'k Geloof hetzelfde

als u."

„We kunnen alleen den Rügenvaarder te lijf gaan, in Kopenhagen zouden we te veel gezelschap vinden. Zullen we hem nog voor

Arkona aanpakken?"

„Als we alle zeilen bijzetten, zeker, we hebben den wind voor."

Alle zeilen bij!" riep Lambert. De Wolf begon scherp de golven te klieven, won terrein, en de schepen kwamen dichter bij elkaar, zoodat men eindelijk den vreemde kon herkennen als een krijgskogge en wel als een Deensche, daar de Danebrog aan den grooten mast wapperde.

„Hallo!" jubelde Harms, „daar hebben we eindelijk wat we zoolang misten."

„Alle hens aan dek!" kommandeerde Lambert. „Twee boogschutters in "eiken mastkorf! De lonten bij de donderbussen! De blijden geladen en vaardig!"

„De Deen schijnt een schadelooze dikkop", bromde de oude Wizlaw, „en doet nog steeds net of hij op een pleziertochtje is; hij moest toch

zien dat wij hem te lijf willen".

„Je vergist je, ouwe heer; de Deen heeft wel als wij alle zeilen