is toegevoegd aan uw favorieten.

Lambert Hadewart

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat weet God! De tijden waren beter, een schip is een veel vlotter en vroolijker ding dan zoo'n jammerlijk vervelende blijdenschans. Ik hoop maar één ding en dat is dat we gauw vooruitgaan. Wat ben jij daar voor ons aan het brouwen, Hans?"

„Je behoeft 't niet van te voren weten. Wat je uren van te voren kent, smaakt oudbakken."

„Daar zal ik maar tevreden mee zijn, als je ons ten minste straks iets goeds voorzet. Als ik me niet vergis ruik ik lamsvleesch en look."

„Je hebt een goeden neus, vader Wizlaw! Zoo heb je een fijne dubbele maaltijd!"

„Afwachten!" bromde de oude en leunde achterover, het hoofd gesteund op de hand van den halfgestrekten arm. Na een paar minuten echter — stil zitten mijmeren was zijn fort niet — richtte hij zijn bovenlijf weer overeind en zei tegen Hans, die weer vroolijk aan het fluiten was: „Jongen, 't spijt me eigenlijk voor jou op jouw leeftijd; 't is jammer van je. Je hebt een heel goed verstand en aanleg voor krijgsman, maar bij dezen veldtocht zul je net zoo weinig leeren als verleden jaar."

„Hoe bedoel je dat?"

„Net zooals ik het zeg! Voor Kopenhagen was 't kinderspel! Toen, het inrameien van de hoofdpoort van Falsterbo, daar hebben wij kalm kunnen toekijken, het rondtrekken op onze Beer was niet half zoo leuk en zoo leerzaam als op de Wolf — en hier? alleen nog maar steenen gegooid, brrr!"

„Zal wel beter worden —

„God geef het en gauw alsjeblieft! 'n Storm op ladders of het rameien van een poort, bresschieten of een uitval afslaan — die dingetjes loonen de moeite! Maar Moltke is een leepe vos en blijft stil in zyn stevig hol."

„Als we hem maar niet uit Falsterbo hadden laten ontsnappen! Ik heb onlangs onzen heer tegen ridder Lars hooren zeggen dat Moltke het hart van Helsingborg is en dat als hij er niet was de banier van de Hanze al lang boven de muren zou wapperen. Ik wilde het destijds wel, maar "

„Wat maar? Wie kon dat denken? Je geloofde je oogen zelf niet goed. Maar toch; 't is waar, het kuiken is een keer wijzer geweest dan de hen."

„Dat zeg je altijd als ik gelijk heb."

„Jongen maak me niet duivels! Geloof je soms dat ik me eruit