is toegevoegd aan uw favorieten.

Intramoleculaire atoomverschuiving bij Azoxybenzolen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid gevormde phenolen scheen nu merkbaar grooter, wat uit een paar proefjes kon opgemaakt worden. Ook de nu resulteerende massa werd in benzol uitgestort, en deze benzoloplossing, te gelijk met de reeds verkregene, met natronloog van 8 % verscheidene malen uitgeschud. De op deze wijze verkregen hoogroode vloeistof werd met HC1 gepraecipiteerd, en de ontstane phenolen na bekoeling afgefiltreerd. De verkregen hoeveelheid werd met stoom gedestilleerd. Er ging een lichtgele phenol over, veel langzamer dan o-oxyazobenzol. Toen er minder begon over te gaan, werd de destillatie gestaakt. De in de destillatiekolf achtergebleven massa werd nu onderzocht op de door schultz')uit m.m.dichloorazoxybenzol met rookend zwavelzuur bereide 3.3'.dichlooroxyazobenzol met een door hem opgegeven smpt. 1140—115°. De massa werd dus in natronloog opgelost, deze gefiltreerd, en met HCl gepraecipiteerd. Er praecipiteerde ± 100 m.G. van eene bruine stof, die onscherp bij 1270 smolt. Zij werd n°g eens volgens Schultz ') gezuiverd door haar te koken met barietwater, dit te praecipiteeren met HCl en het praecipitaat om te kristalliseeren uit verdunden alcohol. Bij koking met barietwater bleef vrij veel residu achter. De roode barietvloeistof leverde nu een geel praecipitaat, en uit verdunden alcohol kristalliseerde een phenol, dat bij 128°—1290 smolt. Opbrengst gering.

Het met stoom overgedestilleerde phenol smolt na omkristallisatie uit alcohol bij 122". Uit de alcoholische oplossing praecipiteerde door middel van eene alcoholische oplossing van cupriacetaat een chocoladebruin koperzout,

i) Ber. 17. 465 (1884).