is toegevoegd aan uw favorieten.

Intramoleculaire atoomverschuiving bij Azoxybenzolen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een chloorhoudend product, nl. paramonochlooraniline Cl C6 H4 NH2 (1.4). Schmitt verklaart het verloop der beide omzettingen niet, maar Becker concludeerde hieruit, dat het HC1 chloreerend had gewerkt, en dat de bij de reactie vrijkomende waterstof uit het azobenzol zelf aniline en benzidine had gevormd, terwijl zij met een niet onder de eindproducten voorkomend gechloord azobenzol het p-monochlooraniline had doen ontstaan. Analoog hiermede treedt nu volgens becker bij de verhitting van azobenzol met acetylchloride de door de chlooreering vrijkomende acetylgroep samen met het door Cl verplaatste H-atoom onder gelijktijdige splitsing van het p.p.dichloorazobenzolmolecule. Proeven om p.monochlooracetanilide door verhitting van p.p.dichloorazobenzol en acetaldehyde op eene temperatuur van 1600—170" te verkrijgen, mislukten. Becker verklaarde dit negatieve resultaat door aan te nemen, dat de splitsing van het p.p. dichloorazobenzolmolecule slechts mogelijk is door de gelijktijdige inwerking van het H-atoom en de CH3CO-groep, beide in statu nascenti, niet echter door een acetaldehydemolecule. — Eene leemte in de verklaring van Becker is, dat hij het acetaldehyde, dat intramediair ontstaat, niet als zoodanig heeft kunnen aantoonen; daar er p.p.dichloorazobenzol onontleed blijft, moest er ook acetaldehyde onontleed blijven.

Bij de inwerking van azoxybenzol nu op acetylchloride, schijnt het azoxybenzol juist te werken als azobenzol. De zuurstof zal dan waarschijnlijk aanleiding geven tot inwendige oxydaties; vandaar de strooperige vloeistof. Dat de temperatuur niet boven 150° kon worden opgevoerd, terwijl Becker bij 160°—170° werkte, is misschien ook hieraan te wijten.