is toegevoegd aan uw favorieten.

Jacobus Koelman

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TJverloosheid en slappigheid in den grooten plicht van het bidden. Wat is erger voor eene Gemeente dan dat het gebedsleven achteruit gaat en kwijnt. Zoo was het in die dagen, en kon het anders? Immers neen. want wat is bidden? De H. Schrift zegt, bidden is het uitstorten van het hart voor God, een zoeken van het aangezichte Gods, een samenspreken met God, een uitdrukken onzer begeerten.') En hoe moet dat geschieden? Paulus zegt, dat wij sterk moeten aanhouden in het gebed; Jacob leert ons in Pniël, dat men niet los moet laten; heel de Bijbel vermaant, dat wij, als Satan ons bespringt, door onze gebeden onder den schut van God moeten dringen.2) En bovenal, ons bidden moet een bidden zijn uit en door den II. Geest. Hij dient

te zijn de «causa movens».

En hoe bad men in zijne dagen? Met Formulieren, «met geleende en geschilderde woorden»,3; meer met het geheugen dan met het hart,4) zonder den drang of de passie van eene Hanna, daar de woordjes te voren reeds opgesteld waren. Ach, dat men die dwaling zag, zuchtte Koelman, en beter inzicht kreeg in den aard en het wezen van het „ebed, en begreep, dat het Formulier-bidden daarmede in strijd is. Wij lezen den uitroep van Paulus (2 Cor. 2 : 1G): «wie is tot deze dingen bekwaam»; kwam die ooit bij het Formulier-bidden te pas? Wij kennen de beloften «ik zal U bekwaammakende genade schenken», maar wie had daaraan op «leze manier behoefte? En dan, er waren zooveel andere gevolgen, die groote schade toebrachten aan het geestelijk leven. In de eerste plaats doodde het alle devotie, denk aan het koude ritualisme der Oostersche Kerken en der Roomsche Kerk; alle genegenheden en bewegingen des

') Idem, blz. 36.

2) Idem, blz. 43.

•i) Idem, blz. 101.

Idem, blz. 57.