is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staat, en puinhoopen hebben de plaats ingenomen, waar vroeger tuinen groenden en gebouwen stonden. De bevolking, geschat op ongeveer 20,000 zielen, bestaat, meestal, uit Mohammedanen van echt Arabisch type, gelijk ook de straten, de winkels, de kleeding der lieden, enz. geheel Oostersch zijn. De vrij uitgestrekte plaats telt vele bezienswaardigheden, zooals: de Moskee van Amru, met haar vele pilaren, uit heidensche tempels en Christelijke kerken geroofd; de „graanschuren van Jozef," waarin hij koren zal opgelegd hebben tijdens de zeven jaren van overvloed; de Bir eljusuf, een put, waarin men langs een trap van 570 treden, in den rotsgrond uitgehouwen, afdaalt, en die de kerker zal geweest zijn, waarin Jozef gevangen heeft gezeten (!) enz.

Onder de Joden, is Oud-Cairo in eere als „Oud-Mizraim van waar Israël, in den Paaschnacht, den uittocht aanvaardde"; waar, even buiten de stad, de „Synagoge van Mozes" is, op de plaats, waar hij zal „zijn handen uitgebreid hebben voor den Heere, opdat de donder zou ophouden, en de hagel niet meer zou zijn" (Exod. 9:29); en waar ook de „Keneseth E 1 i a h u" is, de „Synagoge van Elia", zoo genoemd omdat de Profeet daar verschenen zal zijn, en waarin Jeremia zal gepredikt hebben. Naar het zeggen is, wordt, in een lade van de Ark dezer synagoge, een afschrift van de Vijf Boeken Mozes bewaard, door Esra zelf vervaardigd, en voor zóó kostbaar gehouden, dat niemand het te zien krijgt '). In Oud-Cairo zijn voorts een aantal Coptische kerken, waarvan de voornaamste, de A b u S e r g e h, gebouwd zal zijn ongeveer 1000 jaar geleden.

Belangrijker nog dan het bezichtigen dezer gebouwen, was mij een bezoek aan het Hospitaal der Engelsche Kerkelijke Zending, waartoe ik hoofdzakelijk naar Oud-Cairo gekomen was.

De Zendeling-arts, aan het hoofd dezer Stichting, Dr. F. J. Harpur, vroeger arbeidzaam in Aden, en sedert 1889 in Egypte, was tijdelijk afwezig, in Engeland, doch zijn dienst werd vervuld door Dr. A. Paterson (zoon van den eersten Zendeling-arts, door

*) POCOCK schrijft, dat men hem wel twee oude handschriften der Wet liet zien, doch niet het „handschrift van Esra", daar dit niet getoond mocht worden.

BENJAMIN VAN TüDELA II, die het ook niet te zien kon krijgen, is, na ernstig onderzoek, van oordeel, dat het handschrift slechts bestaat.... in de verbeelding.