is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt, en de meisjes handwerken leeren. Het getal scholieren zal ongeveer 250 bedragen, en de jongens, dus onderwezen, zijn verkiesbaar ook voor betrekkingen in de bureaux der Regeering. Trots dit alles heerscht er onder de Joden hier veel onkunde en bijgeloof, en bovenal veel materialisme en ongeloof.

Voor de Zending onder Israël schijnt hier een aangewezen arbeidsveld te zijn. Maar.... ik vond haar slechts vertegenwoordigd door een kleine school, op een bovenverdieping van een huis; in een bijna onvindbare steegstraat, in de Joodsche wijk. Dit Zendingschooltje, door een Inlandschen (Egyptischen of Syrischen) onderwijzer gehouden, gaat uit van den Anglicaanschen Bisschop te Jeruzalem, Dr. Blyth. Ik vond er ongeveer 50 kinderen, jongens en meisjes, in gehavende plunje, en erg „versukkeld" in voorkomen; typen van kleine „Joden in de verdrukking." De onderwijzer was vriendelijk en voorkomend, doch klaagde over de moeielijkheid in het werk; vooral ook wegens gebrek aan de noodige werkkrachten.

Onder de ruim 4000 Joden in Cairo (volgens sommigen 8000) geen enkele Zendeling!

Dit moest wel smartelijk aandoen. Joden zijn er, na de verwoesting van Jeruzalem, altijd in Egypte geweest, en uit Israël waren de eerste predikers van het Evangelie, in het land van Mitzraim. Doch eeuwen zijn er voorbijgegaan, na de vestiging van het Mohammedanisme in Egypte, eer eenige Kerk aan Israël aldaar schijnt gedacht te hebben. En ook, waar pogingen werden aangewend om den Mohammedanen in de Delta het Evangelie te brengen, of om de diepgezonken Coptische Kerk weer op te richten, daar bleef Israël vergeten; ofschoon toch, door de tochten der Kruisvaarders en de reizen van Benjamin van Tudela *) e. a., in de Midden-

*) Rabbi BENJAMIN VAN TüDELA, in Navarre, de geleerde reiziger, bezocht in de jaren 1160—69, Spanje, Italië, Griekenland, Syrië, Palestina, Perzië, Arabië, Ceylon, Indië (?) en Egypte. Te Cairo (door hem ook Memphis en Mitzraim geheeten) vond hij in 1168 of 1169, een gemeente van Babylonische Joden en één van Syrische; te zamen ongeveer 2000 zielen tellende.

De „opperrabbijn van al de Joden in Egypte" was toen Rabbi NATHANIëL, „President der Universiteit van de Joden," en zeer gezien, ook als hooger ambtenaar bij den „Prins, die in het kasteel van Mitzraim" woonde. Onder de Joden in Cairo waren toen vele rijken en aanzienlijken. De reiziger bezocht ook Alexandrië, waar 3000 Joden woonden; Belbeis, door hem genoemd „Gosen", met even zooveel Joden; en onderscheidene andere plaatsen, te zamen door ongeveer 2000 Joden bewoond; dus 8000 in Egypte, nagenoeg zoo velen als thans.