is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een andere naam is voor vlag, volkomen vrijheid is voor de prediking van het Evangelie, waardoor alleen toch de regeneratie van Egypte geschieden kan. Vrije verkondiging van het Woord Gods; vrijheid om scholen te onderhouden, langs de boorden der Nijl, van Alexandrië tot de Victoria Nyanza; zekerheid van het bezit, voor armen en rijken, der vruchten van hun arbeid, in gehoorzaamheid aan de wetten des lands, en dus verlossing van de tyrannie, waaronder Egypte en de Egyptenaren eeuwen lang gezucht hebben; schijnt dat alles niet te mogen verwacht worden van de Britsche suprematie over Egypte, meer dan van eenige andere ? En daarom: Waar er een vreemde heerschappij, boven die der Egyptische, moet zijn, schijnt dan de Britsche, thans, niet minst onverkieslijk ? *) En is ook daarin niet Gods hand te erkennen .... ?"

') De Britsche „Occupatie" van Egypte, feitelijk, gelijkstaande met „Protectoraat", vond haar aanleiding in den ARABI-opstand, in 1882. Die „rebellie \ volgens sommigen, of „patriotsche bewegin g", volgens anderen, werd veroorzaakt door den totaal onhoudbaren toestand, waarin het bestuur, de financiën, de rechtspleging, de politie, de industrie, ja schier alles, geraakt waren, onder de FranschTurksche regeering, in de voorgaande jaren. Het land was wegzinkende onder een steeds klim menden schuldenlast; de, tot het uiterste verdrukte, Fellahin waren uitgeput; door verwaarloozing der irrigatie-werken, en partijdige waterverspilling ten behoeve van enkelen, dreigde het vruchtbare Egypte in een woestijn verkeerd te worden; het leger, door gedwongen recruteering bijeengebracht, werd slechts met de zweep bijeengehouden, terwijl aan soldij-betaling zoomin gedacht werd als aan behoorlijke voeding of kleeding der manschappen. „Backsheesh", was het eenige middel om iets bij de regeering gedaan te krijgen. E11 terwijl Egypte, nominaal, een Turksche bezitting heette, onder een eigen, schoon aan den Sultan ondergeschikt, Khediviaal-bestuur, had schier iedere vreemde Mogendheid meer in de regeering van Egypte te zeggen, dan de Khedive, TEWFIK, en zijn ministers, wat tot grenzelooze verwarring aanleiding gaf, en mede oorzaak was, dat vreemde avonturiers, zich snel verrijkten, ten koste der steeds armer wordende bevolking.

AHMED Ar AKI Pacha, kolonel in het Egyptische leger, werd, in 1882, door den Khedive aangesteld tot „Onder-Secretaris van Oorlog", en kort daarna werd hij Minister van Oorlog, in een „Nationaal Ministerie". Dit ministerie werd verwacht, vreemden invloed te zullen tegengaan, en reformatie aan te brengen in het Bestuur, en was reeds daarom niet gewild bij de Vertegenwoordigers der Mogendheden in Egypte. Op grond, dat de Europeanen in Cairo, Alexandrië, en elders in Egypte bedreigd werden door de „Nationale beweging", werd er gedreigd, dat een FranschEngelsche vloot gezonden zou worden naar Alexandrië, quasi, ter bevestiging der autoriteit van den Khedive, die, N.B. het „Nationaal Ministerie" had saamgeroepen, dat Mei 26, echter aftrad. Op verzoek van den Khedive, en vele notabelen, aanvaardde Arabi straks weder zijn taak, en alles scheen wel te zullen gaan, toen, 11 Juni 1882, een oproer ontstond te Alexandrië, dat velen het leven kostte. Inmiddels was