is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land mijner vaderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en niet voor de Chaldeën te vreezen," en alle bedreigingen, dat, zoo zij toch naar Egypte aftrokken „het zwaard én de honger én de pestilentie hen daar zouden verteren," toch daarheen vlodenen hem, Jeremia, medevoerden; hoe zij zich in Egypte, te Tachpanes, vestigden in gewaande veiligheid, en hoe zij daar beslist en openlijk Jehovah afzwoeren om „Melecheth des hemels" te dienen; hoe door de hand van Nebukadnezar een „vuur aangestoken werd in de huizen der goden van Egypte, en het oordeel over dat land volbracht worden zou gelijk gekomen was over Juda en Jerusalem; hoe het weerspannige overblijfsel des Volks, in Egypte zou zijn „wie ten dood, ten doode; ter gevangenis, ter gevangenis: en wie tot het zwaard, ten zwaarde; hoe, eindelijk, zeer enkelen slechts uit Egypteland weer in Juda zouden komen, als getuigen, dat het woord des Heeren vast is, zoo in zegening als ten oordeel; doch dat hij, Jeremia, na al die ellende zijns Volks te hebben aangekondigd, aanschouwd en mededoorleefd, in dat vreemde land zou sterven, verre van Juda en Jerusalem.

Donker zijn de schaduwen, die Moria omhullen, en slechts naar het Noord-Oosten heeft de wolk een schijnsel van licht. De wegvoering naar Babel zal niet voor altijd zijn; in de ballingschap, zal Israël niet ophouden een Volk te wezen; en als de bepaalde tijd vervuld is, dan zal de Heere de gevangenschap van Zijn Volk wenden, tot wederkeering uit Babel naar Jerusalem. Daarin ligt ook voor Jeremia troost in zijn hartesmart, als hij Moria verlaat om dien Berg des Heeren nimmer weer te betreden.

Het is 70 jaren later. En terwijl Jerusalem al dien tijd woest heeft gelegen, met haar muren neergeworpen, haar huizen in puin, haar tempel verbrand, haar vreugde in geklag veranderd, zijn er groote dingen geschied in de politieke wereld, van nabij betrekking hebbende op het weggevoerde Volk.

Immers: Bel is gekromd; Babel is gevallen; Cores zit op den troon van Perzië en is heerscher ook over Babylonië; de „Z i 1veren Borst met de armen" is in de plaats gekomen van het „G ouden Hoof d", gelijk Daniël, een der weggevoerden uit Juda, aan Nebukadnezar voorspeld had. Van Cores is, naar de profetie door Jesaia, 170 jaar te voren, in het eerste jaar zijner regeering over Perzië en Medië, een bevel gegeven, dat „den Heere,