is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Berthold niets toe sedert Dr. Henneberger's dood. Des te erger was het in dezen tijd voor hen beiden, dat zij geen vertrouwen stelden in hun grootvader en dominee Leander en dat de koele weigering van den vrijheer hen ieder uitzicht op de vurig gewenschte krijgsmansloopbaan had benomen. Langs den rechten weg kwamen zij niet voorwaarts, maar zij brandden van verlangen al het gedane onrecht te wreken aan Tilly.

,/Tilly moet verdwijnen!" dat was de slotsom van Bertliold's overpeinzingen. Dat denkbeeld liet hem niet meer los, vervolgde hem dag en nacht. Hij begreep zeer goed, dat de groote veldheer niet te genaken was in een open eerlijken strijd. Vergift? . . . Een Von Steinach was geen giftmenger. Een kogel uit de verte? Veel te onzeker en nog lafhartig op den koop toe. Maar hoe dan? Ja, hoe dan? Er bleef niets anders over dan den gehaten man met vaste hand een dolk of zwaard in het hart te stooten ... al moest zijn eigen leven er ook mee zijn gemoeid- Hadden niet Mucius Scaevola en Brutus en zoo vele anderen evenzoo gehandeld? Brutus? .. . De edele Bomein had den tyran ook niet alleen kunnen doen vallen, makkers moest hij Berthold dus ook hebben. En verdiende Tilly niet veel eerder den dolk dan den grooten Caesar?

Winfried werd eerst in het geheim genomen. Wel huiverde deze, toen Berthold hem zijn bloedig plan meedeelde, maar de oudere broeder wist alle bezwaren weg te redeneeren en hem voor zijn plan te winnen. //Hier, mijn hand op leven en dood. Ik volg je, wat jij durft wagen, waag ik ook \" riep Winfried eindelijk uit. Maar toen hij tot nadenken kwam, was hij er toch niet zoo zeker van als Berthold, dat zij voor een goede zaak streden.

Intusschen had Tilly in den Zweedschen koning zijn meerdere gevonden. Bij Burgstall, bij Werben moest de onverwinlijke Tilly het onderspit delven en wendde zich nu met zijn geheele leger naar Saksen en Thiiringen om in de eerste plaats den Landgraaf van Hessen en Hertog Bernard van Weimar te tuchtigen, die een verbond hadden gesloten met Gustaaf en in de tweede plaats om den weifelenden keurvorst