is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Neen eu ja, heer. Ik weet, dat u als rijksvorst boven mij staat en dat ik u bovendien als mijn krijgsoverste gehoorzaamheid verschuldigd ben. Intusschen is het mijn aard nooit geweest oin lang over de dingen mijn hoofd te breken en als ik al eens over de zaak heb nagedacht, dan meende ik" . . .

,/Nou, spreek op, dau meende je" . . .

„Nu ik meende, dat de trouwe aanhankelijkheid van een edelman van goede geboorte toch voor een Duitsch vorst geen verkeerd ding was" . . .

„Bravo, juist het antwoord dat ik van je verwachtte. Geen advocaat kon beter zijn woord voor je doen dan je eigen oprechtheid. Ik kan mij niet wat je persoon aangaat zoo bijzonder op mijn scherpzinnigheid beroemen Kijk, zoo is het mij eenvoudig met jou gegaan. Toen ik je op den Mariënberg zoo krijgshaftig en zoo bezonnen tegelijkertijd zag vechten, dacht ik: „Dat is je man, daarop kun je je verlaten! Heden weet ik, dat ik me niet heb bedrogen in je!"

„Dat zult u ook nimmer vorst, zoowaar ik een Steinach ben !"

„Ik wil het gaarne gelooven! Vandaag zul je door mij bekend worden gemaakt met andere, met groote dingen. Heb je naast je degen en ondanks je degen, wel eens over staatkunde nagedacht-"

Neen, vorst. Ik moet u op een teleurstelling voorbereiden, indien u dit bij mij hebt verondersteld. Ik heb Tilly gehaat om persoonlijk kwaad, dat hij mij heeft berokkend, mij en mijn familie, heden ben ik wijs genoeg geworden om te weten, dat dergelijke zaken in onzen tijd niet meer uit te vechten zijn schild tegen schild. Van staatkunde begrijp ik anders niets."

„Luister dan. Het is voor mij van belang eu het wordt voor jou tijd, dat je iets verder leert zien dan je degen lang is en de neus van je ros reikt. Verbeeld je nu maar, dat je mijn leerling bent en dat ik voor je zat op een leerstoel van de staatswetenschap.

Je bent er zelf getuige van geweest, hoe Gustaaf Adolf mij in Würzburg zijn bondgenoot noemde. Hij weet echter wel,