is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu weer naar den Rijn terug. Het bevel luidde, dat men boven Mainz een overtocht moest beproeven ten einde in bet bezit te komen van den linker Rijnoever en vooral van de stad Mainz.

Dit keer was het de koning zelf, die met hertog Bernhard aan zijn zijde de vermetele onderneming leidde. De Spanjaarden, die verwittigd waren van de komst van de Zweden en wel moesten begrijpen wat zij van plan waren, hadden vlak in de buurt van Oppenheim, een stadje tusschen Mainz en Wornis, bijna alle vaartuigen verbrand of laten zinken en vervolgens den linker oever en den omtrek van de stad met schansen in een goeden staat van verdediging gebracht. Docli na deze voorbereidende maatregelen meenden zij genoeg gedaan en lieten zij het ontbreken aan de noodige waakzaamheid. Het gelukte Gustaaf Adolf in een visschersboot den vijandelijken oever ongestoord te verkennen en in den nacht van den vierden op den vijfden December werden in twee groote booten duizend man voetvolk naar den anderen oever overbezet. Toen de eerste duizend man, waaronder Bernhard von Wei mar, Berthold en Valeutijn, werden aangevallen door een groote overmacht van de Spanjaarden hadden de voorzichtige Zweden reeds een verdedigingsschans opgeworpen en zich goed ingegraven, zoodat zij krachtdadigen tegenstand konden bieden, totdat er hulp door de beide booten van den rechter oever werd aangebracht. Nadat het den volgenden da^ was gelukt een voldoend aantal manschappen, zelfs een heel regiment ruiters over te zetten, gingen de Zweden tot den aanval over. De schansen werden bestormd. Oppenheim gaf zich over en na verloop van een paar dagen openden de sterke vestingen Mainz en Worms, die in Spaansche handen waren, hunne poorten. Een verlammende schrik had zich bij de nadering van Gustaaf Adolf van de Spaansche troepen meester gemaakt, want zelden hadden zij zich zoo

slecht verdedigd.

Toen nu Gustaaf Adolf zijn winterkwartier in Mainz had opgeslagen, scheidde Bernhard van Saksen Weimar met toe-