is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

honderd anderen van hunne vendels buigen hun knie voor het gebed. En de koning zet in en allen vallen in: //Een vaste burcht is onze God!"

En Weimar en al de anderen richten hun oog op den knielenden koning als op hun betrouwbaren steun, als op den engel met het vurig zwaard omgeven door hemelschen glans.

Nu staat de held op: „God met ons" en evenals een jaar geleden bij Breiteufelde komt het antwoord van de andere zijde: „Jezus Maria." De kanonnen bulderen ... de slag is begonnen.

Den rechter vleugel van de Zweden voerde de koning zelf aan, de linkervleugel werd gecommandeerd door Bernhard van Weimar. Tusschen de muren, die de kleine stad Llitzen en hare tuinen links omringden en het stroompje, dat tusschen Markranstadt en Lützen vloeit, had het eerste gevecht plaats. Het kwam er voor beide tegenstanders evenzeer op aan zich staande te houden op de oevers van de beek, en zoo mogelijk deze geheel aan het gevechtsterrein van den vijand te ontrukken. Bernhard van Weimar, die het gewicht van het bezit van de rivierbedding begreep, beval Berthold met eenige vendels naar de beek te rijden en deze van vijanden te zuiveren. Een dergelijk bevel scheen van den tegenovergestelden kant (e zijn gegeven, want men zag bijna gelijktijdig eenige escadrons zware keizerlijke ruiters tot aan den Markranstadter oeverrand van het stroompje draven. Het was de voorhoede van Pappenheim's ruiterij, die zoowel de overige ruiterregimenten van den graaf als zijn voetvolk ver vooruit moest zijn gesneld, want zij kon geheel op tijd invallen in ien slag, terwijl het voetvolk eerst tegen den avond voor de beslissing bijna te laat, aankwam.

Berthold stond met zijn paard vast in den teugel dicht aan len oeverrand van het niet bijzonder diepe water om zijne uanschappen beter in het oog te kunnen houden en de schermutseling te kunnen aanvoeren. Dapper sprongen zijn nannen in het water en raakten handgemeen met de tegentanders. Maar nu gebeurde er iets zeldzaams en dat den