is toegevoegd aan je favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

//Uitgemaakt!" riep de Zweed uit en stak zijn degen weer in de schede.

De marsch werd voortgezet. //Ge bent toch niet boos op mij, Steinach?" vroeg Karei Lodewijk.

//Integendeel" antwoordde de gevraagde. //Ik ben u van harte dankbaar, dat u deze wending aan de zaak hebt gegeven."

Den volgenden avond zaten te Wiesenbach voor Barbara's huis op een bank Barbara en Wiufried von Steinach, die nu zijn vroegere krachten had herkregen. Het was een heerlijke herfstdag geweest, nog lag de warme zonnegloed op de bergtoppen, geen windje bewoog zich, in de nabijheid hoorde men de Mannbach, iets verder de Neckar ruischen. Uit de half geopende huisdeur klonken af en toe eigenaardig klagende toonen. De oude Ursula, bijua kindsch geworden, zong en sprak half en half hare wonderlijke wijzen. Winfried luisterde naar die toonen, hield zijn cither op den schoot en beproefde een paar accoorden, als de oude vrouw zweeg.

//Jonker Winfried," zeide Barabara eindelijk een weinig kregelig, „speel eens een fatsoenlijke melodie! Dit gepeuter aan de snaren en die klaagzangen van mijn oude moeder bij elkander zijn onverdraaglijk om aan te hooren. Gij zijt een jonge man, toon dat ook."

jjong in jaren, oud in smarten, Barbara."

ffEi wat! Lamenteer toch niet den geheelen dag, ik wil u wel toegeven, dat ge in den oorlog nu juist geen geluk hebt gehad, daarin heeft Berthold het beter getroffen. Maar kijk liever naar hen, die het nog erger is gegaan dan u zelf en dan hebt ge geen reden om zoo te klagen . . . Waar Bob toch blijft? Hij is er op uitgegaan om iets nieuws te weten te komen, men spreekt van een grooten slag, die er zou geleverd zijn. Wij wonen gelukkig niet aan den grooten weg, maar de oorlog heeft ons toch nooit gespaard . . . Nu, in den laatsten tijd hebben wij geen nood, die wonderbaarlijke borstrok van den jood heeft ons dan maar goed geholpen."