is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

breken met een gedeelte van het leger tegemoet en vernietigde den vijand bij Tann. I)e hertog van Savelli en generaal Götz drongen tot in de verschansingen van Weimar, er ontstond een bloedig gevecht, zoodat de Rijn er rood door gekleurd werd, doch ten slotte zond de hertog de keizerlijken met bebloede koppen weg. Vier maanden had het beleg reeds geduurd, honger en besmettelijke ziekten woedden binnen de muren van de rampzalige stad, maar Reinach kende geen mededoogen en hield de sleutel in zijn bezit.

Het was intusschen winter geworden, iedere kans op ontzet was verkeken . . . eindelijk, eindelijk moest Reinach zijn hoofd buigen.

In die dagen kwamen de drie escadrons van overste Von Steinach in het kamp voor Breisach aan. Hertog Rernhard, die op het punt stond het loon van een bijna halfjaarlijkschen reuzenarbeid te oogsten, kon zonder bijzonder groote teleurstelling te ondervinden het bericht over den ongunstigeu afloop van den tocht van Berthold aanhooren.

Vroolijk en opgewekt ontving hij den aanvoerder van de ruiterschare in zijn tent en liet hem alles vertellen, hoe hij, Berthold, niet zijne escadrons de prinsen Karei Lodewijk en Ruprecht, bijgenaamd „de wilde Ruprecht" bij Osnabrück had getroffen, hoe zij zich toen gemeenschappelijk hadden vereenigd met de Zweden onder de generaals King en Köningsmark, hoe de keizerlijke opperbevelhebber Melchior Von Hatzfeld hen bij Vlotho tusschen Bielefeld en Minden totaal had verslagen en hoe prins Ruprecht daarbij gevangen was genomen. Hoe de Zweden zich verder hadden teruggetrokken in het door hen bezette Osnabriick, hoe Karei Lodewijk naaiden Haag was teruggekeerd en hoe eindelijk hij, Berthold, met zijne escadrons met Valenlijn en Winfried weer teruggekeerd was naar het Zuiden. Diep terneergeslagen had Berthold verslag afgelegd, hij beschouwde het als een persoonlijke smaad, dat zijn eerste zelfstandige tocht zoo ongelukkig was afgeloopen, al wist hij ook te goed, dat hijzelf in het geheel geen schuld aan de zaak had, maar dat deze geheel