is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vangen? Droom ik? Waak ik? Ben ik van nacht gek geworden ?"

„Ge zijt overrompeld, commandant, zooals dat een goed soldaat wel eens gebeuren kan! Gij zijt omsingeld en staat tusschen twee vuren. Mijne mannen hebben de poort, de bi ug en de wa»ht in handen ... en keert u zich nu eens om! Daar aan de deur van de kerk staan eveneens mannen, de karabijn gereed, een wenk van mij en het eerste salvo kraakt. Ontkomen of tegenweer is onmogelijk, gij zijt te zeer in het nadeel. Ik beloof u eervollen aftocht."

Kapitein Sendlinger betastte met beide handen zijn hoofd en keek daarna om. Waarlijk! Daar bij de kerk had de luitenant de andere vijftig man latew opstellen, gereed tot den strijd.

Wel bevonden de mannen van Steinach zich in het voordeel, want zij hadden inderdaad den vijand in hun midden, stonden in slagorde geschaard, terwijl er onder Sendlinger's manschappen de grootste verwarring heerschte. En toch had ei een ernstig bloedbad kunnen volgen, want Sendlinger was geen lafaard en zou het uiterste hebben beproefd. Maar daar klonk het eensklaps van de poort: „Victoria! Victoria!" Winfried verscheen juist op tijd. Nieuwe en steeds nieuwe scharen stormden door de geopende poort op het slotplein en Sendlinger zag nu wel in, dat hij verloren was, dat iedere tegenstand tevergeefsch zou zijn. Tandeknersend, wankelend kwam hij eenige schreden op Berthold af en vroeg hem: „Wie is mijn tegenstander?"

„Dezelfde, die u eergisteren tevergeefs verzocht u ovq* te geven, Berthold Landschad von Steinach is mijn naam en ik sta hier op mijn erfleen."

„Gij moogt zijn wie gij zijt, doch met den Satan hebt gij een verbond gesloten. Dat mij zoo iets moest overkomen met mijne grijze haren! . . . Doch ik zie in dat bloedvergieten hier nutteloos is. Blijft gij bij uw aanbod dat gij ons eervollen aftocht toestaat?"

//.Ta! Bij mijn woord van edelman! Alaar eerst over eenige