is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwartierd. Zij vormen een soort kolonisten, zijn met hun geld welkome gasten en zullen het platte land er weder boven op helpen. Geen enkel dorp is verschoond gebleven, de akker ligt braak. Overal ontbreken gezonde armen tot den akkerbouw. Nu zijn onze mannen verdeeld over de verschillende dorpen, men heeft hen verlaten, of zooals zij zeggen, uitgestorven boerderijen gegeven en daar zij voor den akkerbouw hun paard, gezonde ledematen en een weinig geld meebrengen, kunnen zij een zegen voor de dorpen worden en de dorpelingen zien dat nu reeds in. Berthold heeft hen zooveel geleend, dat ieder voor zich, een vernield huisje kan opbouwen. En ik heb daarbij tot Berthold gezegd: //Je bent nu reeds op den Dilsberg de opvolger van onzen grootvader, beschouw nu ook het omliggend Weckelsheimer grondgebied als tot je gebied behoorend. Als zoodanig ben je het aangewezen hoofd, de steun van de geheele streek."

Daarop heeft hij slechts met het hoofd geknikt en er aldus naar gehandeld.

De mannen in het dorp hebben ook verlof te trouwen, want dat zal hen aansporen vooruit te komen, als zij een eigen huishouding hebben te verzorgen. Het hun geleende eischen wij eerst weer terug, als zij aan oogsten kunnen denken.

Hierboven wordt zoolang er nog oorlog in het rijk heerscht, niet aan trouwen gedacht, zoo heeft Berthold verkondigd. Barbele is de koningin van den Dilsberg. Haar adjudant speelt bij de kolonisatie een gewichtige rol; niemand verstaat het zoo goed als hij uit een half vervallen hut een nieuwe op te bouwen, niemand bekommert zich met meer ijver om akker en zaad, om den inkoop van vee. En dan Valentijn! Onze manschappen noemen in scherts Berthold de koning van den Dilsberg . . . nu, dan is Valentijn zijn minister van buitenlandsche zaken. Ik noem hen liever den dorpsschout van het Weckelsheimsche. Valentijn heeft eigenlijk twee woningen, hier, als kapitein op het slot en te Wiesenbach in het huisje van Barbara als schout. De kolo-