is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de vanen van vriend en vijand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het opperbevel op mij en sprak hen aan als commandant van den Dilsberg. Want ik heb uit de tijden Van Pappenheirn, Wallenstein en Johann Von Werth menigeu goeden kameraad onder de keizerlijke officieren gekend

Op die wijze zijn wij er steeds goed afgekomen. Wij vernamen bij deze niet begeerde bezoeken, dat in het rijk, vooral in het dal van den Rijn, de verwarring over de rechtstoestanden van de geregelde troepen grenzenloos was tengevolge van en na hertog Bernhard's dood. Alles en iedereen heeft zich namelijk met aanspraken, eischen en aanbiedingen tot de regimenten om en in Breisach gewend. De Zweden zeiden, dat het leger van Weimar eigenlijk was ontstaan uit een gedeelte van het Zweedsche, Frankrijk beweerde, dat de armee zonder uitzondering zijn vanen te volgen had, andere vorsten waaronder ook pfalzgraaf Karei Lodewijk, die met hertog, Bernhard een bondgenootschap hadden gesloten, wilden eenige legerbenden met goede soldij tot hun vanen doen overgaan; eenige regimenten schenen zelfstandig, evenals wij, te zijn gemarcheerd naar Thüringen om zich aan te sluiten bij de

broeders van den hertog

Voor het eerst hebben wij een oude bekende als gast op den Dilsberg gehad, en hij bracht ons goede tijdingen. De reiziger met den langen, zwarten kaftan, de jood Simeon Ben Sina klopte aan onze poort. Toen hij zich alles had laten vertellen, legde hij eerst zegenend zijne handen op zijn eigen hoofd en riep daarna uit, dat in mijn broeder Berthold de geest van Daniël en Gideon was vereenigd. En hij prees zijn God, den God van Israël, die hem in zulke booze tijden zulk een mensch had leeren kennen. Toen kwam hij voor den dag met zijn boodschap. Hij is rechtstreeks hierheen getrokken uit Parijs. En hij vroeg ons of wij de jobstijding nog niet hadden vernomen, dat de overmoedige koning Lodewijk op raad van Richelieu gevangen had genomen onzen vorst pfalzgraaf Karei Lodewijk.

Wij knikten ja zonder een woord te spreken.

Karei Lodewijk bevond zich in Engeland, toen Weimar