is toegevoegd aan uw favorieten.

Geodosie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5°. Verhouding van de normaal N tot de kromtestraal R in punt P.

N I — <?2 «'«2 qp ^2

-R= i-,2 = 1 + 7=172m2qp • • • • (7)

iV . . , . ,

-g- = i + positieve grootheid.

Dus R < N.

6°. Lengte S van de meridiaanboog tusschen twee punten en met gegeven breedten «jf j en <f -2-

Uitgaande van een elementaire boog ds = R d <f vindt men door integratie:

<p2

S = Jpdy fi

* = ƒ< <8>

Deze elliptische integraal kan met behulp van bepaalde tabellen opgelost worden.

70. Bepaling van de kromtestraal Ra voor een normale doorsnede met een asimuth A in punt P.

Brengt men in punt P van de aard-ellipsoïde verschillende vlakken door de normaal P N, dan behoort bij elke normaaldoorsnede in punt P een bepaalde kromtestraal. Onder deze oneindig veel normaaldoorsneden zijn er twee z.g. hoofddoorsneden, waarbij de kromtestraal of maximum of minimum wordt. In dit geval is voor punt P de maximum kromtestraal = N en de minimum kromtestraal = R.

Nu geeft het theorema van Euler aan het verband tusschen de kromtestraal R1 van een willekeurige normaaldoorsnede met azimuth A en de min. en max. kromtestralen A' en N n.1.:

1 cos'ï A si/ft A R~t = ~R~+ N

RN

RA ~ Ncos* A \ R sin* A (9'