is toegevoegd aan uw favorieten.

Geodosie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarna wordt de kijker achtereenvolgens op de punten P2 en jP3 gericht en de horizontale hoek tusschen deze twee richtingen afgelezen. I)e twee richtingslijnen, welke dien horizontalen hoek vormen, liggen, behalve in het horizontaal vlak van l\, bovendien ook elk in een normaal vlak, want de kijker beschrijft immers eveneens een vertikaal vlak gaande door de ie as d.i. een normaalvlak.

De gemeten hoek tusschen beide richtingen P\ Po en Pj Ps wordt dus feitelijk gevormd door de raaklijnen aan de normaaldoorsneden van de ellipsoïde in het punt van waarneming 1\ en gaande resp. door de punten P2 en Ps.

Aldus geschiedt de practische meting; thans volgt daaromtrent deze theoretische beschouwing:

Bovengenoemde twee normaalvlakken in P± zullen in het algemeen de normalen in Po en P3 niet bevatten. Liggen n.1. twee punten niet op denzelfden parallelcirkel, dan zullen hare normalen ook niet in één vlak liggen, maar elkaar kruisen. Indien men dus in punt P<£ een hoekmeting voor de richtingen naar /\ en PA verricht, dan zullen de twee normaalvlakken in P% gaande resp. door Pi en P3 ook de normalen dier twee laatstgenoemde punten niet bevatten. Het gevolg is, dat de richtingslijn Pl Po van uit P^ gericht niet in hetzelfde normaalvlak ligt met de lijn P2 Pt van uit Po gericht. De twee normaalvlakken, waarin gericht wordt, vallen dus niet samen, zoodat men twee verschillende normaaldoorsneden door de punten P\ en Po gaande verkrijgt, welke niet samenvallen en derhalve ook twee verschillende richtingslijnen Pi P% en Po 1\ opleveren al naarmate men de richting tusschen beide punten in Py of in Po bepaalt.

De aldus optredende afwijking bij de azimuthbepaling van de richtingslijn kan berekend worden en is bepaald op: i & S* . , „

(*! — Xo) = — I_ei JV2 stn 2 XI cosl ? ■

De afwijking — ot2 bereikt een maximum waarde voor sin 2 oi\ — 1 n.1.:

I ^2 5*2

(x\ — <*2)"»'«•» = x e2 yv"2 C0S' t P "

Ter bepaling van die grootste afwijking voor Nederland moet men dan voor S de grootste zijde van het primaire driehoeksnet substitueeren en voor de kleinste breedte, omdat deze dan de grootste waarde van (oc\ — <*2)"»»<«* opleveren.