is toegevoegd aan uw favorieten.

Geodosie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stel S = 51.002 M. dus ~ = —en <f = 50° 50' dan is voor Nederland:

/ \» 1

(<Zl Xo) max = ± Sec.

-1 IOO

Nu bedraagt bij de meest nauwkeurige metingen de middelbare fout in de richting toch nog i/g", dus kan men de afwijking van l/ioo" 'n de praktijk gewoonlijk gerust verwaarloozen.

Bij verbindingslijnen van verschillende driehoeksmetingen evenwel en bij theoretische beschouwingen moet men wel degelijk rekening houden met die afwijking in de richtingsbepaling. Men voert dan een nieuwe grootheid in als 3= richtingslijn, de geodetische lijn genaamd, en reduceert hierop de metingen.

De geodetische lijn tusschen twee punten verdeelt den afwijkingshoek tusschen de twee normale doorsneden in reden van 1:2 en is ook de kortste verbindingslijn tusschen die punten, op de aardellipsoïde gemeten. Daar de hoek tusschen die normale doorsneden zeer klein is kunnen de gemeten richtingen beschouwd worden als te zijn geschied in de richting van de geodetische lijn.

HOOFDSTUK III.

BEREKENINGEN OP HET BOLVORMIG AARDOPPERVLAK.

§ 1. Algemeen vraagstuk.

Bij de vereffening en berekening van een driehoeksnet op het aardoppervlak doet zich telkens het volgende vraagstuk voor:

Gegeven een driehoeksnet op het aardoppervlak.

Gevraagd de voorwaardenvergelijkingen op te maken, waaraan de hoeken en zijden moeten voldoen.

Dit vraagstuk is op te lossen voor drie gevallen, n.1.:

i°. Voor het aardoppervlak als een plat vlak beschouwd;

2°. Voor de aarde als boloppervlak;

3°. Voor de aard-ellipsoïde of geoid.

De oplossing voor het eerste geval n.1. van het driehoeksnet in het platte vlak wordt bij het gewone landmeten behandeld. De twee andere gevallen behooren tot de Geodesie.