Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

barmhartigheid, ja, zij had zich het lot aangetrokken van vele andere zwaarbeproefde inedemenscben: blinden, doofstommen, idioten, om van gewone kranken niet te spreken, voor wie verschillende gelegenheden ter verpleging bestonden, zij het dan ook nog bij lange na niet zoo algemeen en zoo naar den eisch ingericht als in latere jaren het geval is geworden—. maar er was dan toch hulp aanwezig, en niet te vergeefs klopte men overal aan, wanneer die hulp noodig bleek of werd begeerd. Doch waar moest men heen met de epileptici, lijders en lijderessen aan vallende ziekte!

Hoe het in dat opzicht in Nederland gesteld was, wordt treffend beschreven door Dr. E. Barger, te Amsterdam, destijds predikant bij de Ned. Herv. Gemeente te Haarlem. In een brochure, later als een artikel opgenomen in de „Bouwsteenen" (jaargang 1882) stelt hij duidelijk in het licht de steeds meer gebleken noodzakelijkheid om zich over deze zoo zeer bezochte menschen, wier toestand eene bijzondere verpleging eischt. te ontfermen.

Hij beschrijft hoe toevallijders om den aard hunner kwaal nergens in gewone zieken inrichtingen opname kunnen vinden, en men hen wel naar krankzinnigengestichten heelt gebracht, in de meening dat zij daar juist op huil plaats zijn. De Schr. is van die meening niet, en noemt dat voor velen een middel erger dan de kwaal. „Om waarlijk barmhartigheid te bewijzen aan deze ongelukkigen, moet men beginnen met het eigenaardige van hun lijden te erkennen, opdat hun eene verpleging worde verschaft, die niet in de eerste plaats voor lijders aan een andere kwaal, maar juist met bet oog op hun toestand is ingericht." Deze kan met den besten wil ook niet altijd worden gegeven in den kring, waarin zulke patiënten thuis

Sluiten