Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet ten slotte vermeld worden: een geheel nieuwe badinrichting, meer aan de behoefte eener groote Inrichting beantwoordende, — een vriendelijk geschenk van twee warme vrienden, die, van de behoefte overtuigd, op deze wijze nu reeds van hunne belangstelling in ons naderend zilveren feest wilden doen blijken.

En dat alles nu is geworden van eene Vereeniging, die begon met het gebouwtje in de Parklaan, het eenvoudige Zoar, in bruikleen te ontvangen. En dat betreft nu nog maar alleen de vrouwen-af deeling, d. i. de

helft van ons werk.

Wie deze stichting bezoekt, krijgt ongetwijfeld reeds bij het binnentreden den weldadigsten indruk. Het keurig aangelegde terrein, waar heesters en struiken welig groeien, en de mooie plantsoenen met de vriendelijke prieeltjes, benevens de goed aangelegde paden — waaronder de „Koninginnelaan", aldus geheeten na het vereerend bezoek van H. M. de Koningin-Moeder op 23 Juni 1903 1) — doen onwillekeurig een oogenblik stilstaan. En wie ook binnen de gebouwen bekend werd, weet te spreken van de netheid en de orde, die er heerschen, en van den goeden geest, die er huist.

Een tijd van veel zorg, veel denken, veel overleggen, maar toch ook van veel vruchtbaren arbeid, ligt achter ons. En als nu reeds in het 3e jaarverslag onzer Vereeniging, dat van 1885, het Bestuur den psalmist nazegt: „De Heer heeft groote dingen aan ons gedaan; dies zijn wij verblijd", wat moet het nu dan wel getuigen, ziende op al die gebouwen en

al die menschen!

Waarlijk, geen van de Stichters onzer Vereeniging heeft in 1882 kunnen voorzien, dat het zoo uiterst

') Zie Hooftlfetuk XII.

Sluiten