Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jonkvr. Teding van Berkhout, al had zij van den aanvang de voorkeur gegeven aan de benoeming van eene bezoldigde Directrice, begreep dat dit niet zoo dadelijk kon, en zij zelve had de goedheid om, althans vooreerst, het dagelijkscli bestuur en de leiding der verpleging in het kleine Zoar op zich te nemen. Ook deed zij de belofte, voor de noodige hulp zorg te dragen.

Toen sommigen de voor de hand liggende vraag deden, hoe aan goed personeel te komen, noemde zij dit geen vraag. Zij zou ons aan zusters helpen. Tot het Diakonessenhuis te Utrecht richtte zij het verzoek, haar een zuster ter assistentie te zenden, terwijl ook de Haarlemsche Ziekenverpleging een harer zusters zou afstaan, welke beide zusters dan ander personeel zouden hebben op te leiden. Toen echter bleek dat men te Utrecht den ge vraagden dienst niet kon verleenen, wendde zij zich naar de Inrichting te Bielefeld in Duitschland, waar sedert 1809 een Diakonessenhuis tot vorming van zusters bestond, allereerst ten dienste van de daar twee jaren vroeger geopende Inrichting ter verpleging van epileptischen. Daar, zoo werd terecht verondersteld, zouden geoefende krachten zijn, zusters, theoretisch onderlegd en practisch bekwaam om het niet-alledaagsch en ieder-mans werk: de verzorging van toevallijderessen, op zich te nemen. Toen zij evenwel ook van daar geen hulp kon bekomen, besloot zij Zuster Suze van Baarda, die aan hare Ziekenverpleging verbonden was, met twee andere zusters voor enkele weken naar Bielefeld te doen gaan, ten einde daar met de verpleging van lijderessen aan vallende ziekte kennis te maken.

Laat ons hier met een enkel woord er op wijzen dat in Jonkvr. Teding van Berkhout de eenheid is gegrond, die, van den aanvang af, de Ziekenverpleging op de N. Gracht te Haarlem, in 1884 geworden het

Sluiten