Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemakkelijke taak door bezoek en toespraak van Bestuurders en Bestuurderessen der Vereeniging konden worden gesterkt, en in het Diakonessenhuis een eigen tehuis bezitten, terwijl haar een zeer noodige afwisseling van werkzaamheden kon worden verzekerd, door ze op bepaalde tijden dooi- andere zusters uit het Haarlemsche Huis te doen vervangen.

Gelijk wij boven reeds zagen, werd in Mei 1882 het kleine, voor epiieptfschen bestemde Zoar geopend en werd de reeds genoemde Zuster van Baarda met de verzorging der eerste patiënten belast, onder directie van Jonkvr. Teding van Berkhout, die haar eigen huis bewoonde, doch zich dagelijks in de jonge stichting bevond. Met Zuster van Baarda waren, vóór 1 Mei, nog twee andere zusters uit het Haarlemsche Huis tijdelijk naar Bielefeld gezonden, die, van daar teruggekeerd, zich verder eenigen tijd in het Binnengasthuis te Amsterdam, Directeur Dr. Zeegers, zouden hebben te bekwamen. Tot dit drietal behoorde ook Zuster M. M. J. van Sassenberg, die — hetzij hier in het voorbijgaan opgemerkt — sedert steeds met ons werk in het nauwste verband bleef, nu al jaren in onze Inrichting Hoofdzuster is en zoo een belangrijke plaats in onze vrouwen-afdeeling inneemt.

Den 3en Mei dan werd Zoar geopend met Jonkvr. Teding van Berkhout als directrice en Zuster van Baai'da, als besturende zuster, bijgestaan door een helpster uit de diakonessen of proefzusters. Zuster van Baarda werd echter spoedig daarna ongesteld en werd tijdelijk vervangen door Mej. H. C. Voullaire van Zeist. Deze bleef werkzaam tot Sept. 1884 en heeft dus mede beleefd de opening van Bethesda op den 2011 Mei van dat jaar, waarvan zij tijdelijk de taak van besturende zuster op zich nam.

Als Mej. Voullaire in Sept. van dat jaar vertrekt,

Sluiten