Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke leiding en herderlijke zorg voor de krenken en die hen verplegen voor zijne rekening; en toen de Heer Buisman, godsdienstonderwijzer, als besturende broeder voor Meer en Bosch werd aangesteld, werd hem het godsdienstonderwijs opgedragen, en het leiden der godsdienstoefeningen tusschen den Directeur en hem verdeeld. Toen in 1890 Directeur en Besturende Broeder gelijk vertrokken, zette de Heer Bleeker er zijne schouders onder, daarin door predikanten, godsdienstonderwijzers en anderen bijgestaan. De nieuwe Directeur greep natuurlijk ook deze dingen aan en stelde als vaste regel in, dat des Zondags te Haarlem éénmaal, zooveel mogelijk des voormiddags, en te Heemstede des voormiddags en des avonds godsdienstoefening zou gehouden worden, terwijl er in de week des Dinsdags (later is dat Donderdag geworden) voor de vrouwelijke patiënten en de zusters, en des Woensdags voor de mannelijke verpleegden en de broeders een gedeelte der H. Schrift in den vorm van eene bijbellezing zou worden verklaard. Bij dit alles, daat ook hij maar op één plaats tegelijk kon zijn, behoefde hij hulp van buiten, die hem gedurende de eerste jaren van zijn directeurschap welwillend door predikanten uit Haarlem en den omtrek en door enkele crodsdienstonderwijzers werd geschonken, tot de komst van den Besturenden Broeder, den godsdienstonderwijzer, J. J. van Beuge. Die hulp werd nog minder noodig, toen enkelen uit de broeders werden voorbereid tot het afleggen van het kerkelijk examen voor godsdienstonderwijzer, en deze in onze Inrichting een uitnemende gelegenheid vonden om zich practisch te oefenen in het verkondigen des Woords. De eerste, die daarvoor in aanmerking kwam, was de diakoon, Broeder J. A. Hoekendijk, die, toen de Heer van Beuge vertrok, door het Bestuur den Directeur voor dat deel

Sluiten