Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan moeten gewennen dat er dag en nacht over haar beschikt wordt, vaak moeten doen wat zij zelve nooit zou hebben verlangd, enz. enz. Wij achten dat niet onbeduidend. Verre van dien. Maar — als het na een, twee of drie jaar blijkt dat in haar toch de echte diakones niet steekt, of het haar te moeilijk valt aan al de aan de diakones gestelde eischen te beantwoorden, en zij het diakonessenhuis weer verlaat, wel nu, dan is zij er zeker voor haar persoon maatschappelijk niet op achteruit gegaan. Ze is voor het minst in liet maatschappelijk leven nog even bruikbaar, waarschijnlijk zelfs veel bruikbaarder dan voorheen. Is zij in den huiselijken kring minder geschikt geworden? Neen. Roepen familieomstandigheden haar daar terug, keert zij daar dan niet weer met menige verworven bekwaamheid en opgedane ondervinding, dingen, die haar uitnemend te stade komen?

Stel daar nu naast den jongen man, die op den zelfden leeltijd er toe overgaat zich aan te bieden voor het diakonenwerk. 't Is de vraag of hij op dien leeftijd een of ander vak reeds grondig verstaat. Maar gesteld dat dit zoo is, zoodat hij in staat is daardoor een tamelijk bestaan zich te verzekeren. Als hij na korter of langer tijd om een of andere reden de Inrichting verlaat, is hij dan niet minstens voor een belangrijk deel uit zijn vak geraakt? Kan hij het maar zoo dadelijk weer opnemen ? Eenvoudig maar weer tot zijne vorige betrekking terugkeeren ? Is hij niet in menig opzicht minder geschikt geworden voor het gewone maatschappelijk leven? Kan hij zonder meer maar heel gewoon in het ouderlijk huis terugkomen ? Heeft hij door zijn verblijf in de Inrichting, ja misschien wel veel geleerd, ja, is hij in zeker opzicht meer ontwikkeld geworden, maar brengt dat hem onmiddellijk eenig voordeel aan?

Sluiten