Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vragen genoeg, en ieder, die verstand van de dingen heeft, weet het antwoord wel te geven.

Zoo iets, dan is het broeder-worden een daad. Dat maakt de geschiedenis van den kring, die zich te Heemstede gevormd heeft, des te belangwekkender.

Het ontstaan der broederschap van Meer en Bosch is niet toe te schrijven aan de zucht om iets nieuws te maken, en evenmin aan eene krachtige geestelijke opwekking. Die broederschap heeft haar ontstaan alleen te danken aan het nuchtere feit van gevoelde behoefte aan mannelijke hulp bij het verplegen van kranken, bepaaldelijk bij het verplegen van lijders aan vallende ziekte.

Immers toen de Vereeniging er toe overging enkele jongens in hare Stichting op te nemen, bleek mannelijke hulp niet overbodig. Men verzocht om een „broeder" uit de Inrichting te Bielefeld. Maar toen men er toe zou overgaan ook volwassen mannelijke patiënten op te nemen, kwam de hulp van mannen het Bestuur noodzakelijk voor. Duidelijk was het echter dat niet alle mannen voor de verpleging bruikbaar zijn, ook zelfs niet geschikt gemaakt kunnen worden. Er moesten eischen worden gesteld, en zeifin dit opzicht onervaren, ging men bij Duitschland in de leer, waar men met de Christelijke verpleging van epileptischen ons minstens 15 jaren vooruit was. Men sloeg het voetspoor in, dat men daar, zoo te Bielefeld als in andere diakonen-inrichtingen, met gunstige gevolgen al die jaren had bewandeld, en, vergis ik mij niet, dan copiëerde men eenvoudig de van daar bekend geworden voorwaarden voor de aanneming tot leerling-diakoon. Deze voorwaarden komen in hoofdzaak hierop neer: Om voor de opleiding te worden aangenomen moet de aspirant jong zijn, iemand, die nog te vormen is en aan wien de arbeid eenige jaren wat kan hebben. De

Sluiten