Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leeftijd werd gesteld op 18—3Ü jaar. Een geloovig jong man moest liij zijn, die door de liefde van Christus zich gedrongen gevoelt om zich aan het werk der dienende liefde onder kranken en hulpbehoevenden te wijden, en dat niet aanvat met het oog op eigen voordeel. Iemand dus, wien men met vertrouwen ongelukkigen ter verzorging durft overgeven in de zekerheid dat hij, zelf den Heiland kennende, ook een oog zal hebben voor de geestelijke behoeften zijner patiënten. Men moest het werk der dienende liefde niet kiezen om aan eene betrekking te komen. Daarom werden alleen verlangd zulken, die in staat zijn in eigen onderhoud te voorzien, opdat ze bij mogelijke ongeschiktheid met vrijmoedigheid konden ontslagen worden.

Voorts moest de jonge man eene goede gezondheid genieten en vrij zijn van hinderlijke lichaamsgebreken, en dus in staat inspannend werk zonder belemmering en zonder schade voor zich zeiven te verrichten.

Met het oog op zijn vorming moest hij reeds een bescheiden mate van verstandelijke ontwikkeling bezitten, en vatbaarheid om te leeren wat zou moeten worden aangeleerd.

De Directeur, Ds. Creutzberg, stelde zich van de opleiding van zulke jonge, beslist christelijke menschen veel voor. Zijn eigenlijke bedoeling wordt (in het 3® jaarverslag onzer Vereeniging) aldus omschreven: De kerkgeschiedenis van ons vaderland kent behalve de diakenen, de armverzorgers, nog andere diakenen (diakonen), die zich den arbeid der liefde op allerlei gebied moesten ten doel stellen, geheel overeenkomstig de beteekenis van het woord, dat een „dienenden broeder" aanduidt. „Daar het gebleken is", zoo luidt ' het dan letterlijk verder, „dat wij, inzonderheid voor de verpleging der epileptischen, mannelijke krachten

Sluiten