Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zes overleden, dan zou de kring der broeders thans uit 190 personen hebben kunnen bestaan.

Zulk een verwachting kon echter niemand hebben. Een jaar na de opening van Meer en Bosch telde men 9, twee jaar later (1888) 10 broeders. Dit getal zou toen 11 zijn geweest, indien niet één ware overleden, Gerardus van Alfen, een sieraad van den kring genoemd, niet omdat hij groote gaven bezat, ook niet om zijn uitwendige verschijning, maar om zijn geheele toewijding aan de kranken en zijne groote liefde vooral voor de jongeren onder hen. Hij leefde voor allen, maar vooral voor de jongens.

Het deed den Directeur Creutzberg verdriet dat de broederkring zich zoo langzaam uitbreidde, vooral ook omdat toen reeds, 1888, vele aanvragen om de hulp der broeders van buiten de Inrichting inkwamen, die natuurlijk meestal moesten worden afgewezen. Het scheen dat het werk niet veel aantrekkelijks had voor jonge menschen, of dat de bereidheid om zich voor den arbeid der dienende liefde te geven al te sohaarsch was. Ook klaagde men veel over het moeilijke van aan het bestaan der zaak genoegzaam bekendheid te geven. Hoe het zij, bij het begin van het 9° Vereenigingsjaar, dus 5 jaren nadat Ds. Creutzberg zijn arbeid had aangevangen, waren er niet meer dan 13 broeders, waarvan er slechts 10 binnen de Inrichting werkzaam waren, en Meer en Bosch reeds 01 verpleegden had.

En toen, toen reeds, April 1890 moest Ds. Creutzberg, hij, die zich had voorgesteld krachtig aan de opleiding van toekomstige diakonen te zullen mogen arbeiden, om redenen van lichamelijke zwakte, zijn taak als Directeur opgeven.

Er verliep een half jaar vóór de nieuwe Directeur, de heer J. L. Zegers, de taak overnam. Deze ge-

Sluiten