Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onze Inrichting hadden doorgebracht, in die Inrichting nu ook alles veel meer geregeld was, en ook daar voorbereidend onderwijs werd gegeven, werd al spoedig één hunner als eerste verpleger aangesteld. Zoolang Dr. van Deventer aan het hoofd dier groote Inrichting stond, zijn daar elk jaar 2—4 van onze broeders werkzaam geweest, en velen hunner zijn nu in het bezit van een diploma voor krankzinnigen-verpleging.

Ook in het krankzinnigen-gesticht te Rotterdam waren gedurende een jaar twee onzer broeders voor hunne opleiding.

Niet weinig aanmoedigend was het, dat in brieven en in het openbaar erkend werd hoe er van onze broeders een goede invloed uitging op het overige personeel en de patiënten in die verschillende inlichtingen ; de verschillende Directeuren staken dat niet onder stoelen en banken. En onze Directeur kon daarom met vrijmoedigheid verklaren: „Wanneer men het verplegend personeel verbetert, behartigt men de belangen der klanken. Daaraan mede te werken en mettertijd tal van Inrichtingen voor zulke lijders (krankzinnigen) van goed personeel te helpen voorzien, wenscht het Bestuur en de Directeur."

Doch, gelijk reeds bleek, werd de vorming der broeders niet geheel aan anderen overgelaten. In 1887 gaf Dr. Prins Visser te Haarlem wekelijks zijne „medische lessen." Later werd dit duor de Geneesheeren onzer Inrichting overgenomen, en hadden de broeders onderwijs ontvangen in anatomie, ziekteleer en theorie der ziekenverpleging, zoodat een voornaam deel der opleiding reeds volbracht was, eer zij naar andere Inrichtingen gingen. En natuurlijk konden zij, die van daar terugkeerden, van hunne opgedane kennis en ervaring aan de jongere mededeelen, waaruit o.a. in onze Inrichting geboren is een geregeld

Sluiten